Fast 50!?!

18 december 2009 door Ab Bertholet  
Categorie Ab Bertholet, Columns

bord-a01 Ik loop, het loopt, wij lopen tegen het einde van het jaar. We zijn als vanouds een beetje somber,  omdat het koud en donker is. We maken de balans op en hopen in het nieuwe jaar met goede  voornemens en een schone lei in beter weer terecht te komen. Letterlijk en figuurlijk.

[Iets] van het Jaar
Wat ook traditioneel bij de decembermaand hoort, is het opstellen van lijstjes, verkiezingen van momenten en dingen van het jaar. Sporters van het jaar (dit jaar weer geen hardloper gekozen), de politicus van het jaar, het nieuwsmoment van het jaar. Heb je het niet op de voet gevolgd? Kies dan nu binnen een minuut je eigen favorieten. Dat is veel bevredigender dan je rot te ergeren aan de bedenkelijke procedures waarmee de ‘officiële’ verkiezingen al even bedenkelijke uitkomsten opleveren. Zo zakte vorig jaar mijn broek nog zowat af van de keuze van ‘swaffelen’ tot Woord van het Jaar. Iemand het nog gehoord de laatste twaalf maanden?

Sportman van het Jaar
Mijn Sportman van het Jaar is zonder twijfel mijn jongste zoon van 12, die mij tijdens de Middenmeerloop in de eindsprint van de 5 km zijn hielen liet zien. Nadat ik hem naar een PR had gehaasd. Stank voor dank, zou ik dat vroeger hebben genoemd. Nu ben ik trots en gelukkig.

Ont…
Gisteren werd ook het nieuwe Woord van het Jaar bekendgemaakt. Ontvrienden werd het dit keer. Als je te veel ‘vrienden’ in je online netwerk hebt, zet je ze eruit. Klik, verwijderen. Een beetje zielig vind ik het wel, voor beide partijen. Als je vrienden of je werk of je familie je zoveel stress bezorgen, wat doe je dan? Meer dan een miljoen Nederlanders gaan dan hardlopen, de perfecte manier om te ont… haasten, de stress te ont… lopen.

bord-a04Fast 50
Bij de lijstjes die ik de afgelopen week binnenkreeg hoorde ook dat van de Fast 50. Hardlopers denken dan natuurlijk aan de 50 snelste atleten van het afgelopen jaar. Usain Bolt en 49 andere goden, die stuk voor stuk de 100 meter uit stand sneller afleggen dan de meeste auto’s uit de middenklasse. Of aan Paula Radcliffe en 48 andere dames die haar enigszins kunnen bijhouden. En Derartu Tulu, die haar bij de New York City Marathon zelfs klopte. 2fast4me!

Maar nee, dit zijn dan misschien wel de echte Fast 50, maar het lijstje dat ik steeds onder die naam binnen krijg bevat de door Deloitte verzamelde 50 snelst groeiende, innovatieve technologiebedrijven. En daar zitten nogal wat ‘onliners’ uit mijn eigen communicatiesector bij. En helaas maak ik daar al net zo weinig kans op een plaats op de lijst. 2fast4me!

Van de week bedacht ik ineens dat ik nog een derde kans op een ‘Fast 50’-positionering had. Met de recente Berlijnse marathon in de benen, een algemene sterke affiniteit met Duitsland en de Duitse taal, en bovendien het feit dat ik morgen Abraham zie, realiseerde ik me ineens: ‘Ich bin fast 50!’ Vanaf morgen loop ik in de categorie M50. Zou er een nieuw leven beginnen?

bord-a02Ik beloof jullie in ieder geval dat ik jullie in 2010 niet zal ontlopen.

Voorzichtig bij de eindejaarscrossen en tot in Egmond!

Ab Bertholet is behalve hardloper tekstschrijver, communicatieadviseur en -trainer.  Hij is gespecialiseerd in online communicatie.

‘Berlijn, de zon is geel’

Een persoonlijke marathonbeleving

Klik op de afbeelding voor een korte videoimpressie van de Berlijn Marathon

Klik op de afbeelding voor een korte videoimpressie van de Berlijn Marathon

Vrijdagochtend 18 september 2009. Anderhalf uur na de landing op Berlin Tegel kijken we vanuit onze hotelkamer op de 13e etage in de Stresemannstraße uit over het stadscentrum van de Duitse hoofdstad. Mijn loopmaat J. en ik hebben vanuit onze hoekkamer uitzicht naar twee kanten en zien de metamorfose die Berlin Mitte de afgelopen 20 jaar heeft ondergaan in volle glorie voor ons. Ter hoogte van het vroegere Checkpoint Charlie stijgen toeristen met een luchtballon aan een koord op tot ver boven de bebouwing. Op de ballon staat het logo van dagblad Die Welt. Is dit niet een verraderlijk harmonieus plaatje, een beetje erg heile Welt, met louter voorspoed en keurig verwerkt verleden – inclusief beklemmend Holocaustmonument?

Voor het bruinrode Gropius-gebouw linksonder liep de Muur

Voor het bruinrode Gropius-gebouw linksonder liep de Muur

Rafelrandjes
De charme van Berlijn vormden voor mij en zoveel anderen altijd de rafelrandjes, zowel in het westelijke als oostelijke deel van de stad? Van het krakersbolwerk Kuckuck tot de recalcitrante schrijvers in Prenzlauer Berg. Van de Neue Deutsche Welle tot Tacheles. Daar is allemaal geen spoor van te zien in dit prachtige panorama.

Als je door je wimpers kijkt zie je dik honderd jaar geschiedenis in een collage samengeperst. De Muur liep hier vlakbij dwars door de straat. De stad die van de ene dictatuur in de andere was gerold, had de grootste moeite om daar weer vanaf en bovenop te komen. Maar nu bruist ze nu opnieuw aan alle kanten.

Overal glimlacht Angela Merkel je toe vanaf reusachtige billboards (’Wij kiezen de Bundeskanzlerin, mevrouw de bondskanselier).  Om haar herverkiezing ongehinderd te laten verlopen is de marathon een week vervroegd. De moeder van alle Duitsers is ook nog eens de beschermvrouwe van de marathon. Wat kan ons nog gebeuren?

20 jaar grenzeloos lopen
Ja natuurlijk, dit is allemaal Berlijn – de stad die ik goed ken en waar ik dol op ben. En dit wordt de marathon die ik eigenlijk al twintig jaar heb willen lopen. In de jaren tachtig heb ik vaak aan beide kanten van de Brandenburger Tor gestaan om me net als iedereen af te vragen of je ooit weer ongehinderd van oost naar west zou kunnen. Als de vogels uit het nummer van het Klein Orkest. En toen de Muur in november 1989 viel, was duidelijk dat de marathon voortaan onder de Brandenburger Tor zou doorgaan.

Inmiddels hebben honderdduizenden lopers die symbolische gang gemaakt tijdens de jaarlijkse stadsmarathon. Dit jaar wordt de val van de Muur uitgebreid herdacht, bij de marathon onder het motto 20 jaar grenzeloos lopen. Het marathonparcours passeert op vier plaatsen de voormalige grens tussen ‘West-Berlijn’ en ‘Berlijn, hoofstad van de DDR’. Ik verheug me al maanden op de laatste 1400 meter: in een rechte lijn Unter den Linden af, onder de Brandenburger Tor door en dan nog een paar honderd meter tot de streep op de Straße des 17. Juni. Ik weet zeker dat ik goed zal finishen.

Luchthaven Tempelhof
Maar zover is het nog lang niet. Eerst moeten we deze vrijdag onze startnummers nog ophalen bij de voormalige luchthaven Tempelhof. En alvast het bestelde ‘finisher’-shirt. Het is natuurlijk bijgeloof, maar ik vind het toch een beetje de goden verzoeken. Het gigantische Tempelhof-complex is een overblijfsel uit het Derde Rijk, een van de grootste nog bestaande voorbeelden van nazi-architectuur. Minder dan een jaar geleden was het nog in bedrijf.

Het platform van Tempelhof

Het platform van Tempelhof

Je kunt natuurlijk vinden dat historisch besmette gebouwen gesloopt moeten worden, zoals ook het Olympiastadion uit 1936, waar morgen de Frühstückslauf eindigt. Ik ben blij dat het er nog staat allemaal en dat ik me kan verbazen over de gigantische dimensies van deze bouwwerken.

De marathonmarkt is al even gigantisch en natuurlijk zijn de startnummers in de verste uithoek te krijgen. Hoewel we ons hebben voorgenomen om zo min mogelijk te wandelen in deze uitgestrekte stad heb je zo alweer een flinke afstand afgelegd. Alleen al het bekijken van de stands van de talloze grote en kleine hardloopmerken is een uitputtingsslag. En dan heb ik het niet eens over de gezondheidsbeurs, waar je je van binnen en buiten kunt laten analyseren en vitaliseren. Daar zit ik even niet op te wachten, tut mir leid. Ik voel me goed, om niet te zeggen opperbest.

Terwijl we buiten een bakje pasta met een halve liter Erdinger alcoholvrij witbier wegwerken (‘isotoon’ staat prominent op het etiket, dus al bijna gezond voor lopers, zou je denken), krijgen we de aanloop van het andere grote marathonevenement dit weekend mee. De prominente inline skaters geven een demonstratie op het platform van het vliegveld. Zij rijden de marathon op zaterdag (in een uur en een paar minuten!). Zo’n 170 van hen gaan voor de dubbelslag: de marathon skaten op zaterdag en hardlopen op zondag.

Wij gaan ’s avonds nog een hapje Vietnamees eten met een Berlijnse kennis, die deze marathon ook zelf al eerder heeft gelopen. Hij geeft ons wat nuttige tips over de situatie in het startgebied, die ons in het uur voor de start goed van pas zullen komen.

Frühstückslauf
In de ontbijtzaal op zaterdagochtend zijn de hardlopers in de meerderheid. En dat is beslist niet alleen in dit hotel het geval. Van de organisatie van de New York Marathon hebben de Duitsers het idee van een breakfastrun overgenomen. Gewoon de dag van te voren een paar kilometer rustig draven, meer om de zenuwen in bedwang te houden dan voor het serieuze lopen.

Het Olympiastadion had in 1936 100.000 plaatsen, na de laatste verbouwing nog 74.000

Het Olympiastadion had in 1936 100.000 plaatsen, na de laatste verbouwing nog 74.000

Zo’n elfduizend lopers verzamelen zich bij Schloss Charlottenburg voor een kilometer of zes naar het Olympiastadion. Bij de marathons in Nederland zouden ze dolblij zijn met zoveel deelnemers aan het hoofdprogramma. Hier is het een carnavalesk voorafje. Lopers van over de hele wereld staan geschminkt en met vlaggen en toeters klaar om samen met hun kinderen en grootouders in een optocht naar het Olympisch Stadion te dribbelen.De sponsor van de Berlijnse marathon is de supermarktketen real,-, die na afloop aan alle deelnemers een gratis (tweede) ontbijt uitdeelt. Geen kwaad woord over wat Albert Heijn bij de Damloop doet, maar dit is andere koek. Letterlijk en figuurlijk. En we eindigen op het blauwe tartan van het stadion, waar een maand geleden Usain Bolt als een bliksemschicht schitterde tijdens het WK.

Wachten op de Grote Dag
De rest van de zaterdag vullen we met zo rustig mogelijk doen. Dat is moeilijk in deze stad en met dit prachtige weer. We belanden uiteindelijk in het volkspark in Treptow, met een (ook alweer) reusachtig Russisch oorlogsmonument. Aan het eind van de middag kijken we naar de finish van de inline skaters. Wat gaan ze snel, je kunt ze nauwelijks fotograferen. En steeds met een groepje in zo’n mooi treintje. Daarna in het hotel onze spullen klaarleggen voor morgen en nog even wat eten. Oppassen dat je je maag niet bederft met de gutbürgerliche Duitse keuken. Gelukkig kun je je hier op iedere straathoek voor tien euro te goed doen aan sushi en ander licht verteerbaar voedsel.

‘Don’t blame it on the sunshine’
Zondag 20 september 2009, 6.00 uur. We hebben de wekker wel gezet, maar hij krijgt niet de kans om af te gaan. Aankleden, behoedzaam ontbijten, zo vaak als mogelijk naar het comfortabele hoteltoilet en om 7.30 uur staan we buiten. Van ons hotel is het maar zo’n 500 meter lopen naar het startgebied, maar de straat is al helemaal vol met lopers, die gelukkig allemaal dezelfde kant op moeten. Het licht zenuwachtige geroezemoes is de gebruikelijke stilte voor de storm, maar op een ongekende schaal. Als dit de stilte is, hoe zal straks de storm dan zijn?

Waar de tijd mee verstreken is, weet ik niet precies, maar we staan een hele tijd later in een stilstaande massa mensen te wachten tot we het startvak in kunnen. Wordt het nu toch nog krap om de start om 9 uur te halen? De zon schijnt al lekker en ik realiseer me dat dat geen onverdeeld positief teken is. Het extra t-shirt dat ik heb aangetrokken (oranje met de tekst Jetzt geht’s los!, overgebleven van het EK voetbal) kan ik hier wel ergens over een dranghek hangen. Misschien heeft iemand er nog iets aan.

Ons eigenlijke startvak puilt uit, dan maar buitenlangs oprukken naar voren, en nog een vak. Minder dan een minuut voor het startschot klinkt, staan we eindelijk in een startvak. Nu gaat het echt los. De zon schijnt als op een zomerdag. Een graad of 6 te warm, zei mijn Berlijnse kennis, maar ik kan me daar niet zoveel bij voorstellen. Nog niet. Het voelt heerlijk.

Om ieder risico uit te sluiten dat het parcours bij nameting te kort zou zijn, telt het traject van de blauwe lijnen per kilometer 1 meter extra

Om ieder risico uit te sluiten dat het parcours bij nameting te kort zou zijn, telt het traject van de blauwe lijnen per kilometer 1 meter extra

Alles optimal…
Een minuut of drie na Haile Gebrselassie, Duncan Kibet en de andere wedstrijdlopers gaan we over de startlijn. Nu moet het gaan gebeuren. Mijn doel vandaag is de marathon tamelijk vlak uit te lopen in 3:45 uur. In een tempo van 5:20 min/km dus. Mijn benen voelen goed en ik kom meteen in een lekker tempo. Mijn hele voorbereiding is probleemloos verlopen. Vanaf de sportkeuring tot en met het startschot. Zelfs geen kleine probleempjes gehad, ruim 900 km getraind in vier maanden, alles geoefend wat er te oefenen valt en ook tijdens het weekend in Berlijn niets aan het toeval overgelaten. De Duitse organisatie zou trots op me zijn, die laat ook niets aan het toeval over.

Met 40.000 lopers stormen we op de Siegessäule af. Ik heb al een keer bovenop dit beeld gestaan, maar nu moet het uitzicht van bovenaf op al die lopers die links en rechts om het monument heen draven echt schitterend zijn. We hebben genoeg ruimte om te lopen, maar je ziet geen enkele bocht aankomen. Daarom volgen we maar de drie blauwe lijnen op de grond, die samen min of meer de ideale route aangeven.

Na 4 kilometer zijn we inmiddels in Moabit aangekomen en nog voor we langs de bajes zijn, verstapt mijn loopmaat zich vanaf een stoeprand en ik vrees het ergste. Hij twijfelt wat hij moet doen en ik idem dito. Hij probeert het nog even en blijft dan achter om een bandage om zijn enkel te doen. Ik besluit door te lopen, in het besef dat ik niets zinvols kan doen. Balen is het wel, zo vroeg uitvallen is een lelijke streep door de rekening.

Het parcours gaat achtereenvolgens door de wijken Tiergarten, Moabit, Mitte, Friedrichshain, Neukölln, Kreuzberg, Schöneberg, Wilmersdorf, Steglitz, Zehlendorf, Charlottenburg en weer Mitte

Het parcours gaat achtereenvolgens door de wijken Tiergarten, Moabit, Mitte, Friedrichshain, Neukölln, Kreuzberg, Schöneberg, Wilmersdorf, Steglitz, Zehlendorf, Charlottenburg en weer Mitte

Terwijl de toeristische herkenningspunten in een gestaag tempo langs de route opduiken, begin ik me rond de 15 kilometer af te vragen of ik de beoogde tijd nog wel kan halen. Tot dan toe heb ik lekker gelopen en mijn benen voelen ook alsof ik het nog wel een tijdje zo volhoudt, maar dit is niet het tempo dat naar 3:45 uur leidt. Hoe komt dat? Toch de warmte? Ik heb in ieder geval de hele tijd dorst en drink bij iedere post, dat wil zeggen elke 2,5 km, water. Dat is behoorlijk koud, wat mijn maag uiteindelijk niet verdraagt, weet ik. Dus neem ik steeds maar een klein slokje en verdeel de rest over mijn hoofd, rug en benen.

Lijden is een keuze
Halverwege kom ik door in 1:54 uur. ‘De helft is volbracht’ staat op een boog boven de weg. Het is inmiddels boven de 25 graden en ik zit in dubio. Die 3:45 ga ik waarschijnlijk niet halen. Nu gaat het nog redelijk lekker, maar ik verwacht dat ik in het tweede deel zeker ergens wat verval ga krijgen, al is het maar een paar kilometer lang. Ik herinner me een gedachte van Haruki Murakami (Waarover ik praat als ik over hardlopen praat). In mijn eigen woorden: Pijn is onvermijdelijk, lijden is een keuze. Een marathon is niets voor watjes. Op een gegeven moment gaat het gegarandeerd pijn doen, maar of je echt gaat lijden, of je kapot gaat, dat is je eigen keuze.

Tijdens de voorbereidingsfase stelde ik me af en toe voor dat die gedachte een soort mantra voor me zou zijn. En natuurlijk was ik dan zo goed getraind dat ik niet hoefde te lijden en toch met een zeker gemak die snelle tijd liep. Maar nu loopt het anders. Ik moet nu beslissen of ik ga forceren om de tweede helft sneller af te leggen. Met de bekende risico’s van helemaal instorten, overgeven of andere ellende. Of dat ik accepteer dat ik mijn streeftijd niet haal en zo lang mogelijk doorga met genieten van de sfeer, de stad, de zon en het lopen.

‘Ein Frauenchor am Straßenrand, der für mich singt’
Dan maar genieten, ik gooi de tabel met tussentijden weg en kies voor de muziek. Langs de route staan ruim een miljoen enthousiaste mensen, zo’n 70 sambabands, dj’s, groepjes cheerleaders en wat je nog meer allemaal kan opzwepen. De Berlijnse rapper Peter Fox ziet in z’n droom een vrouwenkoor voor hem zingen, maar als deelnemer zie je hier ook genoeg fantastische dingen langs de kant van de weg.

Op mijn iPod heb een Berlijn-afspeellijst gezet van anderhalf uur, zodat ik zeker weet dat mijn favoriete nummers twee keer of vaker langskomen. Ik heb het volume precies zo hard gezet dat het door de livemuziek overstemd wordt, tussen twee bands in hoor ik dan weer mijn eigen flarden inspiratie: ‘Ich fühl mich gut, ich steh’ auf Berlin’ (Ideal); Het zit wel vaker eens tegen, gewoon blijven bewegen (Klein Orkest); Dancin’ in the street (Rolling Stones/David Bowie); Don’t blame it on the sunshine (The Jacksons).

Maar uit de doppen in mijn oren komt gelukkig niet alleen oude meuk uit de vorige eeuw, toen ik nog jong was. The Black Eyed Pies en Beef produceren opzwepende nummers waar ik lekker op kan lopen. En de actuele beats en raps van Berlijnse bodem slepen me zelfs door de moeilijke momenten tussen de 30 en 40 km heen. Shantel (Bucovina, Disco Partizani) en Peter Fox (Haus am See, Schwarz zu Blau, Alles neu) voorop.

‘Berlijn, de zon is geel’
De titel van dit verhaal is ontleend aan het gedicht van H. Marsman met dezelfde titel. Tussen Marsman en Peter Fox zit bijna een eeuw, tussen expressionisme en Duitse dance hall. Maar toch werden ze allebei door iets gegrepen in deze stad dat mij ook steeds weer boeit. Marsman schrijft: ‘De morgenlucht is een bezoedeld kleed/ Een bladzij met een ezelsoor/ Een vlek/ De stad een half ontverfde vrouw.’ Peter Fox: ‘Guten Morgen Berlin, du kannst so hässlich sein/ So dreckig und grau/ Du kannst so schön schrecklich sein.’

Die Zielgerade
En zoals je de schoonheid van het lelijke kunt bewonderen, zo probeer ik me ook door de kilometers heen te werken die niet meer vanzelf gaan. Mijn bovenbenen beginnen langzaam te verzuren, maar ik ben inmiddels over de 35 km en heb de Kurfürstendamm gehad, zo meteen gaan we over de Potsdamer Platz, door de Leipziger Straße, waar je op uitkeek vanaf het uitkijkplatform bij de Muur. Aan het eind, bij het 40km-punt is het links, rechts, links en nog een keer links en dan ben ik op de Zielgerade, de rechte lijn naar de finish. Mijn laatste Steigerung over 1400 meter gaat als vanzelf. In de verte staat Victoria op de Brandenburger Tor, dat ene speciale moment is inderdaad heel speciaal. Ik loop de halve tijd met mijn armen omhoog, het lijkt wel de loopscholing op de club. Van core-stabiliteit kan niet echt veel sprake meer zijn. En dan ben ik binnen, net onder de 4 uur (3:58) en sta ik met een medaille om mijn nek. De Brandenburgter Tor op de voorkant, Haile Gebrselassie op de achterkant.

Berlijn, de zon was vandaag erg geel en erg warm. Dat heeft me van een vermoedelijk pr afgehouden, maar ik geloof niet dat ik mijn ervaringen voor een pr zou willen inruilen. Er zit misschien wat weinig afzien in dit verslag. Het is er niet van gekomen, ik heb genoten.

Ab Bertholet is behalve hardloper tekstschrijver, communicatieadviseur en -trainer.  Hij is gespecialiseerd in online communicatie.

Hobbelen door het Vroesenpark in dikke kriebelpakken

22 september 2009 door Ineke  
Categorie Beginnen met hardlopen, Columns, Ineke Westbroek

Januari 1989. Een nieuw jaar, een frisse start. Hoog tijd om samen te sporten, vonden Rien en ik. Rien omdat hij een carrièremove aan het voorbereiden was en een nieuwe sport een nieuw leven symboliseerde. En ik, omdat ik elke vorm van lichaamsbeweging omarmde. Ik bereidde mij in die periode fanatiek voor op de uitvoering van balletschool Henny Pieck, waar ik mij toelegde op jazzballet, maar een andere tak van sport kon daar best bij. Het werd hardlopen in het Vroesenpark, ‘joggen’ noemde men dat toen meestal. Het leek me wel wat. Bij het kijken naar Marathons op tv was ik altijd jaloers op de lappen folie, die de gefinishten over zich heen gedrapeerd krijgen. Het toppunt van heroïek leek me dat, veel meer nog dan een medaille of een lauwerkrans. Stiekem hoopte ik ook ooit zo’n indrukwekkend stuk folie over mijn schouders gedrapeerd te krijgen. Joggen in het Vroesenpark zou een mooi begin kunnen zijn.
Het Vroesenpark lag op 3 kilometer afstand van ons toenmalige huis, maar het kwam niet bij ons op de weg lopend, of desnoods fietsend af te leggen. Wij gingen met de Lada. Gestoken in dikke, wollige, kriebelige joggingpakken, aan de voeten loodzware gympen, betrokken bij opheffingsuitverkopen van failliete winkels (mijn ensemble was biljartgroen, dat van Rien muisgrijs), dribbelden wij vanaf de parkeerplek naar het park. Schichtig keek ik om me heen, of iemand ons misschien zag. Ik voelde me opgelaten. Toch begon ik welgemoed aan het rondje door het park. Ik had een redelijke conditie, dacht ik. Dat jazzballet moest zijn vruchten afwerpen. Maar waarom zat ik er dan na 100 meter al volkomen doorheen? Zweet druppelde in mijn biljartgroene kriebelpak, ik hijgde als een oud paard, mijn benen voelden als dieplood, mijn milt prikte venijnig. En dat, terwijl ik me zo’n sportief loopje had aangewend. Dacht ik. Ik had het afgekeken van echte sporters. Voetballers, tijdens de warming up, die drafjes op hun tenen liepen. En sprinters, bij de Olympische Spelen. Hoe hielden die gasten het vol? Omdat ze dus niet op hun tenen draafden, zoals ik mij had verbeeld. Optisch bedrog dus. Daar kwam ik pas na een paar weken achter. ‘Waarom loop je eigenlijk zo gek?’ vroeg Rien na afloop van ons rondje, waarvan ik uitgevloerd nahijgde. Hij bleek achterom te hebben gekeken waar ik bleef. Mijn teengang had hem verbijsterd. ‘Zo loop ik toch ook niet?’ ‘Gut nee?’ Ik was er altijd voetstoots vanuit gegaan dat iedere loopsporter zich op die manier voortbewoog, niet beseffend dat ik Rien eigenlijk nooit bewust had zien hardlopen. Hij was steeds een muisgrijze stip aan de horizon, terwijl ik op mijn tenen nauwelijks opschoot.
Onze loopactiviteiten in het Vroesenpark verwaterden alras. Ik begon mij naast jazzballet ook toe te leggen op tapdansen en Rien maakte zich de zwemkunst eigen.
Medio Jaren 90 probeerden we het met badmintonnen met het hele gezin, maar omdat we geen les kregen, kwam dat neer op een geestdodend heen en weer slaan.
Uiteindelijk gingen we fitnessen, wekelijks aan het eind van de middag. Als beloning gingen we na afloop uit eten, waarmee wij het aankomen en afvallen strikt in evenwicht hielden.
Pas veel later kregen wij weer de hardloopkriebels. En dat, terwijl wij onze kriebeltrainingspakken al jaren geleden in de ouwe-kleren-bak hadden gekieperd.
(wordt vervolgd)

Ik bof: tapering off…

7 september 2009 door Ab Bertholet  
Categorie Ab Bertholet, Columns, Evenementen, Marathon, Training


Het kilometers vreten zit erop

Het kilometers vreten zit erop

Aan de intensieve voorbereidingsperiode voor een marathon komt op een gegeven moment een einde. Dat gebeurt niet op de dag voor de wedstrijd, maar al zo’n twee weken eerder. Dan breekt een fase aan die tapering off wordt genoemd. Geen lange duurlopen meer, af en toe nog een korte, vlotte training en verder rusten, koolhydraten eten en (weinig alcohol) drinken. Sommige lopers hebben zo’n hekel aan die overschakeling dat ze het liefst iedere maand een marathon zouden lopen, om zodoende de taperingfase te kunnen overslaan. Voor veel anderen is het in ieder geval moeilijk om gas terug te nemen. Dat geldt ook voor mij, maar ik probeer toch ook wel te genieten van deze stilte voor de storm.

30 van Noord
Voor mij begon de taperingfase gisteren, na afloop van de 30 van Noord. Daar heb ik met een rondje van 15 km door landelijk Amsterdam-Noord voor het laatst mijn beoogde wedstrijdtempo geijkt voor de marathon van Berlijn op 20 september. Dat ging lekker.

Luc Krotwaar
Onderweg kwam ik tot twee keer toe de koplopers  van de 30km-wedstrijd tegen, met Luc Krotwaar steeds in derde positie. Uiteindelijk won hij de wedstrijd afgetekend, wat een goed voorteken is voor de marathon van Amsterdam, die hij op 18 oktober gaat lopen. De vorige keer dat Krotwaar in Amsterdam liep hebben we als vrijwilligers op de verzorgingspost bij het 35 km-punt een hele tijd met een bidon voor hem klaargestaan. Tevergeefs, hij was voor die tijd al uitgestapt. Dat zal hem nu niet gebeuren.

Filmpje
De organisatie van Amsterdam heeft trouwens een vreemd idee van hoe je lopers aantrekt. Ze hebben een weliswaar stijlvol, maar verre van enthousiasmerend filmpje laten maken. Waarin Menzis de officieuze nieuwe naamsponsor blijkt te zijn. Op de website Marketingfacts vallen mijn vakgenoten over elkaar heen om de loftrompet te steken over deze film. Voordeel van de taperingfase is dat ik nu ook tijd heb om daar op te reageren en te laten zien waarom het filmpje van de Marathon van Berlijn voor mij effectiever was.

Massage
Tot slot breng ik in deze fase nog een bezoek aan mijn onvolprezen masseur Alfons. Gedurende de trainingsperiode heeft hij kunnen voorkomen dat opkomende stijfheid of andere spierprobleempjes roet in het eten gooiden. Het belang van een sportmasseur met verstand van hardlopen kan volgens mij nauwelijks worden overschat. Zeker als je wat ouder wordt, en dat worden de meeste marathonlopers, vanzelf…

Ab Bertholet is behalve hardloper tekstschrijver, communicatieadviseur en -trainer.  Hij is gespecialiseerd in online communicatie.

WK Atletiek 2009: ‘Ich bin ein Berlino’

24 augustus 2009 door Ab Bertholet  
Categorie Ab Bertholet, Columns, Evenementen, Marathon

Berlino bij het WK 2009

Berlino bij het WK 2009

‘Kent u die uitdrukking, dames en heren? Ich bin ein Berlino.’ Je hoort het Ds. Gremdaat bijna vragen. Toch was de dominee niet in de buurt of op de buis toen ik me in het slotweekend van het WK Atletiek 2009 in Berlijn ineens afvroeg: ein Berlino? Huh?

Mijn talenkennis reikt ver genoeg om te weten dat alleen de eerste drie woorden Duits zijn en Berlino de Italiaanse naam voor de Duitse hoofdstad is. Toen Usain Bolt voorafgaand aan een van de drie door hem gewonnen finales in een T-shirt verscheen met de tekst ‘Ich bin ein Berlino’ wist ik dan ook dat het virus van de citymarketing weer had toegeslagen. ‘Ik ben een Berlijn’. ’I amsterdam — Ik bensterdam’. Onnavolgbare grammaticale prietpraat van reclamemakers.

Berlino was de naam van de mascotte van het WK , de vrolijke beer die met de fenomenale ‘Lightning Bolt’ een bijna ontembare liefde voor de camera’s gemeen had. Nu verdienen ze beide wel wat krediet. Bolt maakt sinds de Olympische Spelen in Peking zoveel indruk op de sprintnummers dat hij zich wat mij betreft op dopinggebruik na zowat alles kan permitteren. Zijn ietwat narcistische flirten met zijn zelfbeeld op de megaschermen in het stadion heeft soms nog wel iets aandoenlijks. En de beer is al meer dan 700 jaar symbool van de stad Berlijn en heeft daarmee historische rechten. Wat ik hem wel kwalijk neem is dat hij zich (ook alweer uit marketingoverwegingen) zo’n mierzoet uiterlijk heeft laten aanmeten. Dit is niet de beer uit het stadswapen, die kracht uitstraalt en ontzag inboezemt. Dit is een fotomodel dat met winnaars aanpapt. ‘Ich bin ein Groupie!’

‘Ich bin ein Afrikaner’
Dit WK had mijn bijzondere belangstelling. Over minder dan een maand loop ik zelf de stadsmarathon* van Berlijn, dus kon ik de afgelopen negen dagen geen genoeg krijgen van de beelden van de stad en van de hardlopers. Op de baan en natuurlijk vooral ook op de weg, tijdens de mannen- en de vrouwenmarathon. En kon ik me opnieuw verbazen over de suprematie van de Afrikaanse lopers. Al besef ik dat ik ook de langzaamste  niet-Afrikaanse loper op dit WK niet lang kan bijhouden, toch blijft de vraag fascinerend waarom de Afrikanen er zo bovenuit steken.

Dit WK waren het op de midden- en lange afstanden de Kenianen die de langste adem hadden. Met de Ethiopiërs meteen daarachter. En soms deden andere Afrikanen nog een duit in het zakje. Die kwamen dan uit Zuid-Afrika, Eritrea of Marokko. Op de sprint domineerden Jamaica en de US of A. Ook van overwegend Afrikaanse afkomst, als je een paar eeuwen terugkijkt. Zet lopers als Bolt (JAM, sprint), Bekele (ETH, 5 en 10 km) en Kirui (KEN, marathon) eens naast elkaar en je ziet behalve drie atletische lichamen meer verschillen dan overeenkomsten. In lengte, in gewicht, in spiermassa. En toch zijn er veel wetenschappers die de Afrikaanse suprematie fysiologisch verklaren. Ook Gerard Nijboer, bij de wk-marathon actief als co-commentator, maar in de jaren 80 internationaal toploper, probeerde voornamelijk fysiologische verklaringen aan te dragen.

Toch vind ik die verklaringen niet helemaal overtuigend. Voor mij is er eerder sprake van achterblijvende prestaties van Europese lopers dan van een aangeboren voordeel van de Afrikanen. Waarom bepalen zij anders niet al veel langer de top en waarom komen soms lopers uit andere landen zoals China, Japan of Brazilië wel mee?

Voorlopig hou ik het erop dat je vooral lang, hard en goed moet trainen. En permitteer ik mij een beetje bijgeloof, als het zo uitkomt. Dan gebruik ik gels met het Ethiopische graan teff erin, of neem ik van Marc-Marie Huijbrechts (Opdat ik niet vergeet) aan dat we allemaal van één Ethiopische oervader afstammen. ‘Ich bin ein Afrikaner.’ Een beetje dan toch, tenminste.

‘Ich bin eine Frau’
Dat kan ik rustig roepen, niemand die mij gelooft en dat vind ik ook geen probleem. Ik ben immers een man. Dat was anders voor de Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya, die met overmacht de 800
meter op haar naam schreef en vervolgens een vloedgolf van verdachtmakingen over zich heen kreeg. Zij zou eigenlijk een man zijn. Die veronderstellingen waren uitsluitend gebaseerd op het uiterlijk, de stem en de prestaties van Semenya. Je kunt je voorstellen dat een atleet hormonen of andere middelen gebruikt waardoor hij of zij op niet-reglementaire manier sterker wordt dan de concurrenten. Zoals in het verleden bij de Oost-Duitse atletes gebeurde. Daar zou tegen moeten worden opgetreden, en dat gebeurt ook. Na behoorlijk onderzoek. Maar waarom wordt een atlete niet beschermd tegen journalisten die alleen de sensatiewaarde van zo’n gerucht voor ogen hebben. En waar was Berlino om haar waardigheid te verdedigen?

‘Ich bin ein Berliner’
Die hele ‘Ich bin ein…’-mode begon met John F. Kennedy, die in 1963 de bevolking van Berlijn een hart onder de riem wilde steken: ‘Ich bin ein Berliner‘.  Hoewel de goede verstaander dat meteen wist te waarderen, waren er ook die vonden dat je jezelf toch ook geen Frankfurter (knakworst) of  Hamburger (schijf gehakt)  noemt. Een Berliner is voor veel Berlijners in de eerste plaats een Berlijner bol, een mierzoete, dichte donut met jam erin. ‘Je bent een oliebol!’, zou je vanuit die visie tegen Kennedy kunnen zeggen.

Vervolgens is die uitspraak te pas en te onpas geciteerd, geparafraseerd en werd hij mensen in de mond gelegd,  tot Haile Gebrselassie in 2008 aan toe (op 0:42 in het filmpje) . Ik ben benieuwd wat hij volgende maand moet zeggen van de pr-adviseurs, als hij de stadsmarathon voor de vierde keer wint en wellicht voor de derde keer met een nieuw wereldrecord. ‘Ich bin zwei Berliner?’

‘Ick bin keen Berlina’
Als student heb ik begin jaren 80 bij een van mijn eerste bezoeken een button gekocht met de tekst ‘Ick bin keen Berlina’. Dat was, in onvervalst stadsdialect,  de manier om aan te geven dat je van buiten kwam. Daar heb ik het altijd maar bij gehouden, al is het al zo’n 30 jaar mijn favoriete stad buiten Nederland. En al voel ik me er nog zo thuis.

Het WK was sportief en organisatorisch een groot succes. Nagenieten in tekst en beeld kan nog een hele tijd. Ik kan zelf niet wachten tot 20 september, dan ga ik vast en zeker nog meer genieten dan de afgelopen dagen voor de televisie.

Ab Bertholet is behalve hardloper tekstschrijver, communicatieadviseur en -trainer.  Hij is gespecialiseerd in online communicatie.

Kretenzische crosstraining: lopen op vakantie

11 augustus 2009 door Ab Bertholet  
Categorie Ab Bertholet, Columns, Marathon

Samaria-kloof

Samaria-kloof

Trainen voor een najaarsmarathon (Berlijn, Amsterdam, New York) heeft een hoop voordelen. Als je het afzet tegen trainen voor een voorjaarsmarathon als Rotterdam, tenminste. De temperatuur is aangenamer, het regent minder en de dagen zijn langer, waardoor je je trainingskilometers gemakkelijker bij daglicht kunt afleggen. Een nadeel(tje) van de najaarsmarathons is dat je zomervakantie in de intensieve voorbereidingsperiode valt. Je kunt het je gezin niet aandoen om juist dan 8 uur of meer per week op de loop te zijn. Maar hoe voorkom je dat je een grote terugval in de zorgvuldig opgebouwde vorm krijgt?

Korter, pittiger, leuker
Tijdens mijn twee weken op Kreta dit jaar bleek meteen dat een duurloop van langer dan anderhalf uur geen haalbare kaart was. Zodra de temperatuur was gezakt tot onder de 30 graden greep ik snel mijn kans, voor het donker werd. Met een bidon water en 1 euro op zak kwam ik na 3 kwartier uit bij een supermarktje waar ik een flesje bronwater uit de Kloof van Samaria kon kopen. Dat was dan brandstof en koelvloeistof tegelijk voor de terugweg.

Verder heb ik me maar niet al te druk gemaakt over de kilometers. Met wat meer stevige tempo’s en wat andere speelse trainingsvormen was het programma uitdagend genoeg: stoep op, stoep af; asfalt, onverhard, ‘n Steigerung langs de militaire basis, terwijl een waakhond aan de andere kant van het gaas meeloopt…

Negative split
Een andere hardloopterm die op Kreta ineens een andere betekenis kreeg, is de negative split. Mijn marathon zou ik graag zo opbouwen dat ik de tweede helft net iets sneller afleg dan de eerste. In een training kun je dat met een heen-en-weer-route natuurlijk mooi uitproberen. Je legt de terugweg een fractie sneller af dan de heenweg, waarbij je moet corrigeren voor de wind die mee- of tegenzit.

Nu liep ik van het rustige, authentieke Kolympari naar het schreeuwerige Platanias, langs de noordwestkust van het eiland. Net tegen de tijd dat ik helemaal in vervoering was van de baai, de vriendelijke dorpjes met nog vriendelijker mensen kwam ik in een soort toeristische onweersbui terecht, met een zondvloed aan disco en discount. En knetterende scootertjes. Daarop reageert het gemiddelde loperslijf met een hele sterke reflex: omdraaien en zo hard mogelijk de andere kant op.

Zie daar de ideale route voor een negative split. Op tal van locaties langs de Middellandse Zee uitvoerbaar, maar ook dichter bij huis in eigen land te vinden. Zo kun je over het strand van Bloemendaal naar Zandvoort, of op Texel van De Slufter naar De Koog. En in Zuid-Limburg lijkt het pad langs de Geul van Schin op Geul naar Valkenburg me ook heel geschikt.

Klooflopen
Kreta is onder andere bekend om zijn bergkloven, waarvan die van Samaria het populairst is. De grootste van Europa, luidt de aanprijzing. Bij wijze van crosstraining hadden we de 18 km lange wandeling door de kloof halverwege ons verblijf ingepland. In de eerste twee kilometer van de tocht daal je 1000 meter af. Hoogtemeters, wel te verstaan. De meeste hardlooptrainers en ook andere mensen met gezond verstand zouden het je verbieden, in deze fase van de trainingsopbouw. Maar als je deze tocht heb volbracht weet je in ieder geval wat je knieën en je enkels waard zijn.

Wandelen, en zeker op deze manier, is natuurlijk helemaal geen zinvolle aanvulling op een looptraining, maar de mentale aspecten ervan zou je wel degelijk als voorbereiding op een groot hardloopevenement kunnen beschouwen. Je moet goed nadenken over je kleding en zorgen dat je niet verbrandt of oververhit raakt. Je moet genoeg drinken, wat door de ‘organisatie’ wordt gefaciliteerd met talrijke bronnen. Verder is het op het parcours veel te druk en moet je je een weg banen tussen de honderden andere deelnemers. En het licht misselijke gevoel dat je wel eens kunt hebben voor de start wordt hier ook natuurgetrouw opgewekt door de bustocht over een bergpas voordat je met de wandeling kunt beginnen. Alleen de spanning die het bijzondere verkeersbord veroorzaakte dat we onderweg een paar keer tegenkwamen, had ik nog niet eerder ervaren. Het waarschuwt voor steenlawines en moedigt de passanten aan: Great danger!! Walk quickly. Je zou er bijna van gaan rennen.

Het effect van twee weken met minder kilometers, meer afwisseling en volop genieten van het Kretenzische leven was in ieder geval dat ik me meteen na thuiskomst fitter en sterker voelde dan ervoor en gewoon m’n schema kon voortzetten.

Ab Bertholet is behalve hardloper tekstschrijver, communicatieadviseur en -trainer.  Hij is gespecialiseerd in online communicatie.

New York New York

31 juli 2009 door Carolien Harrems  
Categorie Carolien Harrems, Marathon

Mijn jongste dochter heeft een geheel verzorgde reis naar de marathon van New York gewonnen, inclusief startbewijzen en voortraject. Dat ging zo. In het paasweekend heb ik bijna mijn hele familie ingeschreven voor de Paaswandel2daagse in Utrecht. Zoon, drie dochters, verloofde, vader, broer, neef. Protesteren had geen zin. Mama vindt wandelen leuk en gezond. Opgetogen vertrok ik met verloofde en kinderen naar Utrecht en belde onderweg nog even mijn broer om te vragen waar hij ongeveer was. Broer wist precies waar hij was. In bed. De wekker niet gehoord. Nu staat dat bed in Prinsenbeek en dat is ongeveer een uur rijden van Utrecht. In de Jaarbeurs was vanwege de marathon van Utrecht een hardloopbeurs waar we de tijd gedood hebben tot broer en neef arriveerden in Utrecht. Bij de ingang werden tasjes en foldertjes uitgedeeld onder andere voor de verloting van een reis naar de marathon van New York. Omdat we tijd overhadden hebben we allemaal het lot ingevuld. Aangezien mijn vier kinderen nog allemaal (net) onder de achttien jaar zijn heb ik gekeken of er een leeftijdclausule was, maar die heb ik niet kunnen vinden. Maandagavond – de dag van de loting - heb ik de website van de marathon van Utrecht en die van de Atletiek Unie (de gulle gever) bekeken maar nergens iets kunnen vinden over de prijswinnaar.

Op zaterdagmorgen bijna een week later holde mijn jongste dochter gillend de trap op. “Mam, ik heb een reis naar New York gewonnen”. “Wat zeg je?”. Immers, het was nog voor de koffie en de krant. Dochterlief had een krabbel op haar Hyves gekregen dat ze in haar mailbox moest kijken omdat daar een berichtje in stond dat ze de reis naar de marathon had gewonnen. En of ze contact wilde opnemen met de Atletiek Unie. Dat kon natuurlijk pas op maandag. In opgewonden toestand zijn we het weekend doorgekomen. Je wilt het natuurlijk wel geloven, maar stel je voor dat het op een vergissing berust. Bovendien de betreffende dochter is tien jaar oud … Maandagmorgen de Atletiek Unie gebeld. Het bericht bleek te kloppen. En ik denk dat mocht de Atletiek Unie volgend jaar weer zo’n reis verloten er dan wel degelijk een leeftijdsrestrictie aan vast zit. Een tienjarige turnster was vast niet de beoogde winnaar. Mijn opgewekte mededeling dat de moeder van de tienjarige de marathon ging lopen werd ook niet heel enthousiast ontvangen. Wist ik dan wel waar ik aan begon? Liep ik wel eens hard? Was ik lid van een vereniging? Liep ik wel volgens een schema? Zelfs het feit dat ik vorig jaar de marathon van New York heb gelopen nam de twijfel geloof ik niet weg.

Hoe dan ook. Dochter is in alle staten. En ik ook. Tijdens de marathon van Amersfoort afgelopen juni heb ik me inderdaad even afgevraagd waar ik in hemelsnaam mee bezig ben. Ik ben ook geen lid van een vereniging, maar ik heb wel een mooi schema. Bovendien heb ik een geheim wapen: mijn oudtante woont bijna naast de finish in Central Park. Het vooruitzicht van een warm bad, een kopje thee en wat te eten motiveert erg in de laatste kilometers.

Komende tijd houd ik de lezer op de hoogte van de voorbereidingen.

Carolien Harrems
Juli 2009

Bizarre verrassingen bij Rotterdams 10 km lopen

31 juli 2009 door Ineke  
Categorie Ineke Westbroek

Er gaat erg veel mis, de laatste tijd, bij 10 km spektakels in de Maasstad. Bij de RTV Rijnmond Loop van 5 april dit jaar liep ik mij muurvast in een onafzienbare mensenmassa die zich zichtbaar en hoorbaar kwaad maakte over een afzetting ter hoogte van de finish aan de Coolsingel. Het oponthoud kostte minstens 5 kostbare minuten, en dat terwijl ik eindelijk eens onder de 1.06 dreigde te finishen. Toegegeven: geen toptijd, maar voor mij heel wat, als kort hardlopende gevorderd middelbare knar. Oké, ik weet het,ik weet het. Het gaat om het plezier van het lopen. Tuurlijk. Het plezier van lópen,ja, niet van stilstaan. Ook de start van de Ladies Run, 14 juni jl, stond in het teken van Het Grote Stilstaan. Op hun dooie akkertje pantoffelden groepjes dames keuvelend, als bij een theevisite, over de Erasmusbrug, daarbij de weg naar de start deerlijk versperrend. Maakt niet uit, dachten ik en mijn 2 loopmaatjes in onze ontwapenende naiviteit: dat wordt immers als brutotijd afgetrokken? Haha, niks hoor! Alle deelnemers hadden op de uitslagenpagina exact dezelfde bruto- en nettotijd. Van de nummer 1 is dat nog aannemelijk,
maar bij de rode lantarendraagster ga je toch twijfelen. ‘Technische storing’, mailde de organisatie op mijn vraag hoe dat nou kon: ‘Daardoor konden wij de nettotijd, die wij als service geven, niet verlenen. Excuses!’ Service? Hoezo SERVICE??? Je betaalt de huur voor die chip toch juist om je nettotijd aan de weet te komen? Anders kan je net zo goed op die grote klok aan de finish kijken, of op je eigen polshorloge. Als je een vakantiehuisje huurt en vooruitbetaalt, dat bij je aankomst blijkt te zijn verhuurd, komt de reisorganisatie heus niet weg met ’service’.
Mijn geld terug, verdorie! Benieuwd wat voor bizarre toestanden de AD 10 kilometerloop op 13 september mij brengen gaat.Het schijnt erbij te horen, tegenwoordig. Ik zou haast teleurgesteld zijn als deze loop zich vlekkeloos zou voltrekken. Misschien betaal je juist wel voor dit soort verrassingen.

Commentaarloos hardlopen

9 juli 2009 door Ineke  
Categorie Ineke Westbroek

Vrouwen die langer dan een halve eeuw bestaan, zijn onzichtbaar in de openbare ruimte. Een kwart eeuw eerder vlogen de jolige, wervende, soms honende opmerkingen hen om de oren, nu overheerst oververdovende stilte, als zij een bouwsteiger passeren. Je kunt ermee zitten, maar ik vind het voornamelijk super relaxed.
Helaas ben je als oude taart ineens weer zichtbaar als je gaat hardlopen. Je doet weer mee, zij het op twijfelachtige wijze, want de opmerkingen die je naar je langs flitsende hoofd krijgt, zijn voornamelijk spottend: ‘Jaah, dat gaat hard, meid!’ ‘Hop twee!’ ‘Harder, mevrouw!’ Eén keer per training is nog wel draaglijk, soms zelfs grappig. Maar gemiddeld 3 van dit soort commentaren is meer dan een zwoegend mens kan verdragen. Van pure ergernis worden mijn benen loodzwaar. ‘Rennen, rennen, rennen!’ voegde mij laatst weer een jongmens toe, vanaf zijn bankje, dat het bijna begaf onder zijn gewicht. Uitgezakt lurkte hij aan een emmer softijs. ‘Ga zelf rennen, bolle!’ brieste ik. Soms geef ik dit soort commentatoren ook weleens de middelvinger maar daar kun je niet mee aan de gang blijven.
Waarom laten kerels hardlopende vrouwen niet gewoon met rust?

Mooi, het leven is mooi !!

3 juli 2009 door Robin Vink  
Categorie Robin Vink

Ja inderdaad, dat is de tekst van kindertv. Bij mijn training rond het meertje had ik dat liedje van Samson en Gert (wroaa, Gertje. Wadoede gij daar?) de hele weg in mijn hoofd zitten.
Ik loop niet met een mp3 of iets dergelijks. Daar ben ik niet handig mee.
Met als gevolg dat ik dit soort liedjes in mijn hoofd kan krijgen en niet zomaar verjagen kan. Normaal gesproken word ik dan ook niet vrolijk van. Zó’n liedje in mijn hoofd, en ik ken niet eens de hele tekst!! Vreemd genoeg was dat deze keer niet het geval. Met een brede grijs op mijn gezicht heb ik mijn hele training (af en toe zelfs neuriënd) uitgelopen. Ik ben zelfs vergeten de tevoren geplande tempowisselingen door te voeren.

Hopelijk is dit niet de manier waarop de ‘runners-high’ zich bij mij manifesteert… Het zou mij wel wat waard zijn als daar wat meer verheffende muziek bijhoorde.
Nee, ik zal wel last hebben gehad van een goed humeur. Mogelijk veroorzaakt door een combinatie van factoren: Een aangename temperatuur, zon, beetje wind, lekker looptempo, goeie benen.

Samengevat kan ik stellen dat ik vrolijk werd van het hardlopen.
En dat is iets wat alle lopers regelmatig zullen ervaren: Van hardlopen wordt je vrolijk!
Waarom je vrolijk wordt van hardlopen? Knappe koppen hebben daar al uitgebreid onderzoek naar gedaan. Zij kwamen tot weinig prozaïsche conclusies die te maken hadden met drugskoeriers (neurotransmitters) in jouw eigen hersenen die een harddrug (humane variant op morfine) vervoeren die je zelf aanmaakt om de pijn van het sporten te verzachten. Daar geloof ik niets van!

Nee, volgens mij is de oorzaak van de goede ‘Goesting’ gelegen in het slagen in je opzet, òf in het geloven van zelfgecreëerde illusies. En dat zal ik even toelichten.
Slagen in je opzet kun je met een trainingsschema. Een hardloopschema, gesteld dat het een reëel schema is en dat je je daaraan houdt, is een self-fullfilling prophecy. Hopelijk heb ik dat in één keer foutloos geschreven, maar dat terzijde. En als je die prophecy zichzelf laat fulfillen kun je jezelf complimenteren. Dan heb je goed getraind en ben je in je opzet geslaagd!

Daarnaast is het natuurlijk zo dat het schema de verwachting creëert dat je vooruitgang zal boeken als je het volgt. Nu blijkt dat door het volgen van zo’n schema je soepeler loopt. En dat langer en/sneller vol kan houden. En dat mag je natuurlijk best relativeren aan de hand van jouw recente ziektegeschiedenis, leeftijd, lichamelijke (tijdelijke?) onvolkomenheden en de mate waarin jouw persoonlijke agenda je tijd biedt voor het volgen van het schema.
Als je dat in je achterhoofd houdt, dan blijkt steeds opnieuw dat je goed bezig bent.
Ondanks het feit dat je een kleine verkoudheid op voelde komen en je deze week eigenlijk al twee trainingen hebt overgeslagen, viel je vaste rondje niet tegen. Kijk dat is geloven in de door jezelf gecreëerde illusie dat trainen helpt.

Is het erg als je in die illusies gelooft? Nee, natuurlijk niet. Elke training is zinnig. Té weinig trainen zal je op gaan breken, maar is beter dan niet trainen. En als je er nu gelukkig van wordt zal ik je zeker niet zeggen dat het erg is dat je in illusies gelooft.

En dat betoogt het liedje van Samson en Gert tenslotte tot in den treure. Ik durf te stellen dat het leven inderdaad mooi is, en voor hardlopers nòg een beetje mooier.

En nu weg van die computer en trainen! Geen smoesjes meer, lopen!

Volgende pagina »