New York New York

31 juli 2009 door Carolien Harrems  
Categorie Carolien Harrems, Marathon

Mijn jongste dochter heeft een geheel verzorgde reis naar de marathon van New York gewonnen, inclusief startbewijzen en voortraject. Dat ging zo. In het paasweekend heb ik bijna mijn hele familie ingeschreven voor de Paaswandel2daagse in Utrecht. Zoon, drie dochters, verloofde, vader, broer, neef. Protesteren had geen zin. Mama vindt wandelen leuk en gezond. Opgetogen vertrok ik met verloofde en kinderen naar Utrecht en belde onderweg nog even mijn broer om te vragen waar hij ongeveer was. Broer wist precies waar hij was. In bed. De wekker niet gehoord. Nu staat dat bed in Prinsenbeek en dat is ongeveer een uur rijden van Utrecht. In de Jaarbeurs was vanwege de marathon van Utrecht een hardloopbeurs waar we de tijd gedood hebben tot broer en neef arriveerden in Utrecht. Bij de ingang werden tasjes en foldertjes uitgedeeld onder andere voor de verloting van een reis naar de marathon van New York. Omdat we tijd overhadden hebben we allemaal het lot ingevuld. Aangezien mijn vier kinderen nog allemaal (net) onder de achttien jaar zijn heb ik gekeken of er een leeftijdclausule was, maar die heb ik niet kunnen vinden. Maandagavond – de dag van de loting - heb ik de website van de marathon van Utrecht en die van de Atletiek Unie (de gulle gever) bekeken maar nergens iets kunnen vinden over de prijswinnaar.

Op zaterdagmorgen bijna een week later holde mijn jongste dochter gillend de trap op. “Mam, ik heb een reis naar New York gewonnen”. “Wat zeg je?”. Immers, het was nog voor de koffie en de krant. Dochterlief had een krabbel op haar Hyves gekregen dat ze in haar mailbox moest kijken omdat daar een berichtje in stond dat ze de reis naar de marathon had gewonnen. En of ze contact wilde opnemen met de Atletiek Unie. Dat kon natuurlijk pas op maandag. In opgewonden toestand zijn we het weekend doorgekomen. Je wilt het natuurlijk wel geloven, maar stel je voor dat het op een vergissing berust. Bovendien de betreffende dochter is tien jaar oud … Maandagmorgen de Atletiek Unie gebeld. Het bericht bleek te kloppen. En ik denk dat mocht de Atletiek Unie volgend jaar weer zo’n reis verloten er dan wel degelijk een leeftijdsrestrictie aan vast zit. Een tienjarige turnster was vast niet de beoogde winnaar. Mijn opgewekte mededeling dat de moeder van de tienjarige de marathon ging lopen werd ook niet heel enthousiast ontvangen. Wist ik dan wel waar ik aan begon? Liep ik wel eens hard? Was ik lid van een vereniging? Liep ik wel volgens een schema? Zelfs het feit dat ik vorig jaar de marathon van New York heb gelopen nam de twijfel geloof ik niet weg.

Hoe dan ook. Dochter is in alle staten. En ik ook. Tijdens de marathon van Amersfoort afgelopen juni heb ik me inderdaad even afgevraagd waar ik in hemelsnaam mee bezig ben. Ik ben ook geen lid van een vereniging, maar ik heb wel een mooi schema. Bovendien heb ik een geheim wapen: mijn oudtante woont bijna naast de finish in Central Park. Het vooruitzicht van een warm bad, een kopje thee en wat te eten motiveert erg in de laatste kilometers.

Komende tijd houd ik de lezer op de hoogte van de voorbereidingen.

Carolien Harrems
Juli 2009

De loopster, de Amstel en de mannen

19 juni 2009 door Carolien Harrems  
Categorie Carolien Harrems

Hardlopen is mijn grootste hobby. Ik ben begonnen met hardlopen eind jaren 70 als tiener. In die tijd bestond het woord ‘joggen’ nog niet. Nu bestaat het woord ‘joggen’ niet meer. Regelmatig werd me nageroepen: “Ze hebben ‘m al, hoor”. Nog erger was als een auto voor me stopte om me een lift te geven.

Samen met mijn vader gingen we s’morgens voor dag en dauw een rondje rennen rond het Amstelpark. Natuurlijk, het ging om de lichaamsbeweging in de vroege morgen als iedereen nog sliep. Dat maakte dat ik me in ieder geval een held voelde. In mijn ogen was mijn vader al een held. Ik weet niet of hij dat ook zo gevoeld heeft. Als het hele mooie morgen was dan zagen we de zwanen door de nevel naar ons toe zwemmen en de zon opkomen. Iedere ochtend waren de kleuren van de lucht anders. In mijn herinnering hebben we jaren rondjes gelopen, misschien waren het maar een paar maanden. Als ik er aan terugdenk voel ik me gelukkig.

Nu meer dan twintig jaar later loop ik weer. Ik loop niet meer ’s morgens vroeg en niet meer met mijn vader. Toch denk ik als ik loop vaker wel dan niet terug aan onze loopjes vroeger. Het is alsof mijn systeem meteen in de geluksmodus gaat. Is dat de zogenaamde runners’ high? Of is het de dochter in mij die zich de tijd herinnert toen ze nog jong was, toen de wereld nog openlag terwijl haar vader haar beschermde tegen losliggende kinderhoofdjes en opdringerige mannen.

Afgelopen zondag liep ik een lange duurloop langs de Amstel. Het was naar weer. Grijs en grauw. Veel zin had ik ook niet. In april is de marathon van Rotterdam en ik kan me niet veroorloven de toewijding los te laten. Met een gordel met drinkflesjes en een stuk of acht gedroogde dadels ging ik op pad. Balend door een stedelijk stuk Amstelveen, dat in mijn ogen altijd grijs en grauw is. Na een half uur kwam ik bij Ouderkerk aan de Amstel en begon ik aan het rondje ‘Ronde Hoep’. Onderweg regende het en ik had fikse tegenwind. Helemaal niet fijn. Ik overwoog om te stoppen en mijn vriend te bellen om me te vragen me ergens in de polder op te komen halen. Dat was mijn eer toch te na. Door de regen en met wind tegen zwoegde ik langs de Amstel, waar geen einde aan scheen te komen.

Met nog een half uur te gaan merkte ik dat er een auto langzaam naast me was gaan rijden. Ik maakte me op voor een: “Heb ik wat van je aan?”. Voor ik mijn mond kon openen voor een sneer vroeg mijn liefste of ik droog shirtje wilde, een vest, iets te eten of te drinken misschien. “Ik kon je niet vinden. Ik dacht dat je de andere kant op was gelopen”.

Het laatste half uur waren mijn benen zwaar, maar hart en hoofd waren licht en gelukkig. Dit keer geen runners’ high, maar een onverbrekelijk verband tussen de Amstel en de mannen die ik lief heb.

Januari 2009
Carolien Harrems