Hobbelen door het Vroesenpark in dikke kriebelpakken

22 september 2009 door Ineke  
Categorie Beginnen met hardlopen, Columns, Ineke Westbroek

Januari 1989. Een nieuw jaar, een frisse start. Hoog tijd om samen te sporten, vonden Rien en ik. Rien omdat hij een carrièremove aan het voorbereiden was en een nieuwe sport een nieuw leven symboliseerde. En ik, omdat ik elke vorm van lichaamsbeweging omarmde. Ik bereidde mij in die periode fanatiek voor op de uitvoering van balletschool Henny Pieck, waar ik mij toelegde op jazzballet, maar een andere tak van sport kon daar best bij. Het werd hardlopen in het Vroesenpark, ‘joggen’ noemde men dat toen meestal. Het leek me wel wat. Bij het kijken naar Marathons op tv was ik altijd jaloers op de lappen folie, die de gefinishten over zich heen gedrapeerd krijgen. Het toppunt van heroïek leek me dat, veel meer nog dan een medaille of een lauwerkrans. Stiekem hoopte ik ook ooit zo’n indrukwekkend stuk folie over mijn schouders gedrapeerd te krijgen. Joggen in het Vroesenpark zou een mooi begin kunnen zijn.
Het Vroesenpark lag op 3 kilometer afstand van ons toenmalige huis, maar het kwam niet bij ons op de weg lopend, of desnoods fietsend af te leggen. Wij gingen met de Lada. Gestoken in dikke, wollige, kriebelige joggingpakken, aan de voeten loodzware gympen, betrokken bij opheffingsuitverkopen van failliete winkels (mijn ensemble was biljartgroen, dat van Rien muisgrijs), dribbelden wij vanaf de parkeerplek naar het park. Schichtig keek ik om me heen, of iemand ons misschien zag. Ik voelde me opgelaten. Toch begon ik welgemoed aan het rondje door het park. Ik had een redelijke conditie, dacht ik. Dat jazzballet moest zijn vruchten afwerpen. Maar waarom zat ik er dan na 100 meter al volkomen doorheen? Zweet druppelde in mijn biljartgroene kriebelpak, ik hijgde als een oud paard, mijn benen voelden als dieplood, mijn milt prikte venijnig. En dat, terwijl ik me zo’n sportief loopje had aangewend. Dacht ik. Ik had het afgekeken van echte sporters. Voetballers, tijdens de warming up, die drafjes op hun tenen liepen. En sprinters, bij de Olympische Spelen. Hoe hielden die gasten het vol? Omdat ze dus niet op hun tenen draafden, zoals ik mij had verbeeld. Optisch bedrog dus. Daar kwam ik pas na een paar weken achter. ‘Waarom loop je eigenlijk zo gek?’ vroeg Rien na afloop van ons rondje, waarvan ik uitgevloerd nahijgde. Hij bleek achterom te hebben gekeken waar ik bleef. Mijn teengang had hem verbijsterd. ‘Zo loop ik toch ook niet?’ ‘Gut nee?’ Ik was er altijd voetstoots vanuit gegaan dat iedere loopsporter zich op die manier voortbewoog, niet beseffend dat ik Rien eigenlijk nooit bewust had zien hardlopen. Hij was steeds een muisgrijze stip aan de horizon, terwijl ik op mijn tenen nauwelijks opschoot.
Onze loopactiviteiten in het Vroesenpark verwaterden alras. Ik begon mij naast jazzballet ook toe te leggen op tapdansen en Rien maakte zich de zwemkunst eigen.
Medio Jaren 90 probeerden we het met badmintonnen met het hele gezin, maar omdat we geen les kregen, kwam dat neer op een geestdodend heen en weer slaan.
Uiteindelijk gingen we fitnessen, wekelijks aan het eind van de middag. Als beloning gingen we na afloop uit eten, waarmee wij het aankomen en afvallen strikt in evenwicht hielden.
Pas veel later kregen wij weer de hardloopkriebels. En dat, terwijl wij onze kriebeltrainingspakken al jaren geleden in de ouwe-kleren-bak hadden gekieperd.
(wordt vervolgd)

Bizarre verrassingen bij Rotterdams 10 km lopen

31 juli 2009 door Ineke  
Categorie Ineke Westbroek

Er gaat erg veel mis, de laatste tijd, bij 10 km spektakels in de Maasstad. Bij de RTV Rijnmond Loop van 5 april dit jaar liep ik mij muurvast in een onafzienbare mensenmassa die zich zichtbaar en hoorbaar kwaad maakte over een afzetting ter hoogte van de finish aan de Coolsingel. Het oponthoud kostte minstens 5 kostbare minuten, en dat terwijl ik eindelijk eens onder de 1.06 dreigde te finishen. Toegegeven: geen toptijd, maar voor mij heel wat, als kort hardlopende gevorderd middelbare knar. Oké, ik weet het,ik weet het. Het gaat om het plezier van het lopen. Tuurlijk. Het plezier van lópen,ja, niet van stilstaan. Ook de start van de Ladies Run, 14 juni jl, stond in het teken van Het Grote Stilstaan. Op hun dooie akkertje pantoffelden groepjes dames keuvelend, als bij een theevisite, over de Erasmusbrug, daarbij de weg naar de start deerlijk versperrend. Maakt niet uit, dachten ik en mijn 2 loopmaatjes in onze ontwapenende naiviteit: dat wordt immers als brutotijd afgetrokken? Haha, niks hoor! Alle deelnemers hadden op de uitslagenpagina exact dezelfde bruto- en nettotijd. Van de nummer 1 is dat nog aannemelijk,
maar bij de rode lantarendraagster ga je toch twijfelen. ‘Technische storing’, mailde de organisatie op mijn vraag hoe dat nou kon: ‘Daardoor konden wij de nettotijd, die wij als service geven, niet verlenen. Excuses!’ Service? Hoezo SERVICE??? Je betaalt de huur voor die chip toch juist om je nettotijd aan de weet te komen? Anders kan je net zo goed op die grote klok aan de finish kijken, of op je eigen polshorloge. Als je een vakantiehuisje huurt en vooruitbetaalt, dat bij je aankomst blijkt te zijn verhuurd, komt de reisorganisatie heus niet weg met ’service’.
Mijn geld terug, verdorie! Benieuwd wat voor bizarre toestanden de AD 10 kilometerloop op 13 september mij brengen gaat.Het schijnt erbij te horen, tegenwoordig. Ik zou haast teleurgesteld zijn als deze loop zich vlekkeloos zou voltrekken. Misschien betaal je juist wel voor dit soort verrassingen.

Commentaarloos hardlopen

9 juli 2009 door Ineke  
Categorie Ineke Westbroek

Vrouwen die langer dan een halve eeuw bestaan, zijn onzichtbaar in de openbare ruimte. Een kwart eeuw eerder vlogen de jolige, wervende, soms honende opmerkingen hen om de oren, nu overheerst oververdovende stilte, als zij een bouwsteiger passeren. Je kunt ermee zitten, maar ik vind het voornamelijk super relaxed.
Helaas ben je als oude taart ineens weer zichtbaar als je gaat hardlopen. Je doet weer mee, zij het op twijfelachtige wijze, want de opmerkingen die je naar je langs flitsende hoofd krijgt, zijn voornamelijk spottend: ‘Jaah, dat gaat hard, meid!’ ‘Hop twee!’ ‘Harder, mevrouw!’ Eén keer per training is nog wel draaglijk, soms zelfs grappig. Maar gemiddeld 3 van dit soort commentaren is meer dan een zwoegend mens kan verdragen. Van pure ergernis worden mijn benen loodzwaar. ‘Rennen, rennen, rennen!’ voegde mij laatst weer een jongmens toe, vanaf zijn bankje, dat het bijna begaf onder zijn gewicht. Uitgezakt lurkte hij aan een emmer softijs. ‘Ga zelf rennen, bolle!’ brieste ik. Soms geef ik dit soort commentatoren ook weleens de middelvinger maar daar kun je niet mee aan de gang blijven.
Waarom laten kerels hardlopende vrouwen niet gewoon met rust?