Hoe leuk is hardlopen?
‘Nou nou, wat sleept dat mens zich moeizaam voort. Moet zij dit eigenlijk wel willen?’ Dat dacht Schoonzoon, rijdend in zijn auto, over de Erasmusbrug, voordat hij de tobberige loopster herkende: zijn schoonmoeder, vermoeid doch voldaan na een heftige 10 km training langs bruggen, Noordereiland en Kop van Zuid. Schoonma genoot van het uitzicht op de Maas en van haar zojuist geleverde prestatie, maar straalde dit kennelijk niet uit in haar trage cooling-down-loopje. De waarneming van Schoonzoon zette mij aan het denken. Hoe leuk vind ik hardlopen? Ik móét er wel plezier in hebben, want ik doe het al twee jaar. Ik ben verslaafd aan de prestatie, het opvoeren van mijn slakkentempo, de voldoening in elke seconde tijdwinst die mijn stopwatch aangeeft. Maar is dat plezier? Je zou denken van niet, bij het lezen van mijn narrige hardloopproza. Geen ongerief laat ik onbeschreven. De ‘hop-twee’-roepers, de wegvragers, mijn loopgebreken, de hitte, de wind van de verkeerde kant, de voorbij suizende collega-lopers die mijn zelfvertrouwen ondermijnen, de lange rijen voort schuifelende sight-see’ers, die ik dolgraag zou doorbreken, zoals Richard Ashcroft van The Verve in de clip van Bitter Sweet Simphony. En toch vind ik hardlopen leuk. Ik waad door vallend gebladerte, langs uitbottend groen, vlieg hellingen af, geholpen door een frisse bries, aanschouw idyllische natuurpanorama’s en grootstedelijke skylines. Ik maak een rit met mezelf, ben mijn eigen kar, ook al is dat bij lange na geen Maserati. Stoer voel ik mij ook. Daar ga ik toch maar weer…Hagel op mijn kop? Ik maal er niet om. Wind om mijn oren? Poe, ‘t mocht wat, zolang ik hem maar mee heb! Kilometers vreten, dat is wat ik doe. Ik lust ze rauw, ik verslind ze, terwijl schattige hondjes mijn tempo aangeven, donzige eendenkuikentjes zich in het riet verschuilen, het huis halverwege de singel nog steeds te koop staat, politieagenten een schlemielige zwartrijder inrekenen. Dat zou ik anders allemaal missen. Maar ook aan binnen lopen, op de loopband in het fitnesscentrum, ontleen ik mooie momenten. Meegesleept word ik door The Proclaimers, The Flamin’ Groovies en The Ramones op mijn MP3 (oh ja, Bitter Sweet Simphony moet ik er beslist ook nog op zetten!). Welk ander uur van de dag biedt zo’n unieke gelegenheid om van die muziek te genieten dan het trainingsuurtje in het fitnesscentrum? Ook hier verschalk ik kilometers, sneller misschien dan buiten, opgezweept door die prachtige muziek. En als beloning voor al dat kilometervreten volgt het echte vreten! Hemels…zo smaken de pannenkoeken, de mueslireepjes en de bananen, in de voldane euforie die de vrijgekomen endorfinen teweeg brengen. Hardlopen? Ik lust er wel pap van! En nu nog leren daar een passend gezicht bij te trekken.
Euforie
‘Wow…ik loop!’ Wie regelmatig hardloopt, schijnt ooit zo’n eufore flash te mogen ondergaan. Ik heb dit nog niet mogen beleven. ‘Wow…het zit er weer op, wat ben ik toch stoer…en nou lekker douchen en vreten!’ Zo’n soort eufoor moment heb ik regelmatig. Sommigen schijnen zo’n moment te hebben als zij schoonmaken. Een echte poets-euforie is mij echter ook vreemd. Wel weer een after-poets euforie, vergelijkbaar met de euforie na het hardlopen. Zou het komen doordat ik zo’n uiterst matige hardloper en schoonmaker ben? Hoewel…met schoonmaken finish ik 2 keer zo snel als met hardlopen!
Hoe langer hoe trager (2)
Ineke Slak. Zo noemde ik mijn alter ego tijdens fantaseerspelletjes in de achtertuin, toen ik 7 was en Second Life nog niet bestond. Ineke Slak was de heldin die wél stelten bezat en daar goed op kon weg komen, wél een dunne blauwe jurk met strookjes naar school aan mocht en wél een interessant gat in haar hoofd viel. Waarom koos ik voor die naam? Omdat ik eigenlijk zo zou moeten heten? Want dat mogen we wel constateren: Ineke Slak, dat ben ik ten voeten uit.
Een smadelijke 1.14 netto klokte ik bij de AD Loop van 13 september 2009. Nee, geen halve Marathon, zoals ik van plan was. Dan zou ik met die tijd een crack geweest zijn. Blessures, die mij sinds de zomervakantie plaagden en die moesten worden teruggevoerd naar mijn foute loopstijl, hadden mijn ren-activiteiten wekenlang nagenoeg stilgelegd. Alleen kaboutertraininkjes kon ik aan, met schemaatjes van 2 minuten wandelen, 1 minuut snel, weer 2 minuten wandelen. Dat soort werk. Met hangen en wurgen volbracht ik de 10 km van 13 september. Ik liep als een vogelverschrikker, een kreupele, oude heks. Al na een halfuur manifesteerden zich al mijn tekortkomingen, die maakten dat ik de afgelopen maanden mijn voet kapot schuurde en hardnekkige dijbeenspierblessures opliep. Altijd aan de rechterkant.
Hoe dat kwam? Ik was scheef en liep scheef. ‘Hink-stap-sprong!’ riep ooit een joligerd, die mij op de Westzeedijk zag passeren. Ik presenteerde hem de middelvinger, maar nu besef ik dat de man de spijker op zijn kop sloeg. Ik liep ongelijk, krom, verkrampt, mank, raakte met mijn rechtervoet nauwelijks de grond en compenseerde dit met een vreemdsoortige bokkensprong. Die bokkensprong had de loopcoach mij al afgeleerd, de Mensendieckjuf leerde mij de kromme, verkrampte houding af, maar dat scheve gangetje bleef een probleem. Ook nu. Met een ontvelde rechtervoet strompelde ik over de Maasboulevard, de Boompjes, de Schiedamsedijk. Strompelen? Welnee…Om de moed erin te houden, maakte ik mezelf wijs dat ik puik liep. Achter mij hoorde ik twee dames van ongeveer mijn leeftijd grappen maken over de bezemwagen. De bezemwagen? Hoezo? Waar dan? Dat was toch een legende, zoiets als het Monster van Loch Ness?
‘Gaat het wel?’ informeerde mijn echtgenoot bezorgd langs de kant. ‘Tuurlijk!’kefte ik ferm. Maar toen ik op de Coolsingel finishte lagen mijn voet, dijbeen, ego en moraal in puin. Kwam dit ooit nog goed? Vast wel, hield ik mij voor. Voor zulke extreem scheve mensen als ik bestonden immers steunzolen? Nou, voor mij niet, meende de popie verkoper van de orthopedische schoenenwinkel, die weinig animo vertoonde om zich in mijn problematiek te verdiepen. ‘Ga maar gewoon een andere loopstijl aanleren’, raadde hij, terwijl hij, een geeuw onderdrukkend, het computerprogramma afsloot, waarmee hij zojuist mijn loopproblemen in kaart had gebracht. Gedesillusioneerd verliet ik het pand met een setje verhogende binnenzooltjes van 20 euro. Beter dan niks, baat het niet, dan schaadt het niet. ‘Moet je eens kijken, wat gek, hè?’ Vlak voor de start van de Rabobank Loop in Alblasserdam op 3 oktober, toonde ik mijn echtgenoot en mijn loopvriendin de zool van mijn rechterschoen. Er zat een deuk in, het profiel was deels verdwenen, maar het allerergste was dat gapende gat. Al enkele maanden viel mij op dat ik tijdens het lopen straatvuil in mijn schoen kreeg, zonder mij verder af te vragen hoe dat kon. Het verbaasde niemand dat ik in deze kleine loop als laatste eindigde, ook al was mijn tijd beter dan bij de AD Loop. Eigenlijk was het nog een prestatie om op anderhalve schoen en alweer zo’n ontvelde rechtervoet binnen de tijd te finishen, hield men mij voor.
Toch kwelde mij het onderwerp ‘wedstrijd’ nog weken na deze race. Veiligheidsspelden, bouwvakkers-wc’s, pastaschotels, mueslirepen, bananen, druivensuikertjes…Ik kon ze niet meer zien. Alles wat aan wedstrijden herinnerde, sneed mij door de ziel. Maar ik moest verder. Op naar de renwinkel voor nieuwe schoenen. Mijn binnenschoenen werden buitenschoenen, met mijn nieuwe schoenen leefde ik mij uit op de loopband. Ik moest aanleren mijn rechtervoet óók helemaal op de grond te zetten. Dat viel niet mee. Veel gehups, veel dreunende landingen, nog meer snelheidsverlies. Maar gelukkig was daar de loopclinic bij het fitnesscentrum van mijn loopvriendin. Drie lessen, die mij de ogen openden. Want ik leerde mijn armen slap te houden, naar de horizon te kijken, maar vooral mijn knieën op te heffen om ferme passen te kunnen maken, waarmee je écht vooruit komt. En dat deed het ‘m. Maar liefst een minuut korter liep ik mijn trainingsrondje langs de Heemraadssingel. Dat kwam mooi uit bij mijn loop in Amsterdam, de 18e oktober. Nee, alweer niet de halve Marathon. Die kon ik gelukkig op tijd omzetten in de 7,5 loop. ‘Opheffen die kuierlatten’, hield ik mezelf gedurende het hele parcours voor. Zo dreef ik mij voort, onder gouden herfstbomen in een zonovergoten Vondelpark, vrolijk blaffende honden langs de kant. Ik genoot zowaar, helemaal toen ik in het Olympisch Stadion finishte. Net echt!
Mijn nettotijd was 49 minuten, mijn gemiddelde snelheid 9,066. Net ietsje harder dan bij de City Pier City, maar goed, dat is dan ook 10 km. Maar toch, al met al: ik was meer dan terug!
hoe langer hoe trager (een slak die doorzet, afl. 7)
Hoe langer hoe trager (deel 1)
Op onze slaapkamer staat een miniatuur melkbus uit de nalatenschap van mijn schoonmoeder. De bus is bedoeld als bloemenvaas, maar wij gebruiken hem als medailleboom. Inmiddels is het busje overwoekerd met medailles, want wij raakten meer en meer in de ban van het hardlopen. Voor elke 10 kilometerloop, in elke uithoek in en rond onze woonplaats schreven wij ons in. Soms brak mij dat zuur op, want meedoen aan een gemoedelijke loop in een gemoedelijk dorp, langs gemoedelijke molens en gemoedelijke knotwilgen, betekent ook een gemoedelijk laag deelnemersaantal. En iemand zoals ik, met 1.06 als p.r., loopt tijdens zo’n tocht letterlijk in de gaten. Het grootste gat gaapt voor mij, een kleiner gat achter mij. Bij massale loopmanifestaties zoals de RTV Rijnmond Loop of de AD Loop ben ik met mijn gemiddelde eindtijd lang niet de slechtste. Ik vermag zelfs vele medelopers in te halen. Zelfs strakke jongens, beduidend jonger dan ik. Deksels, wat ben ik goed! Maar bij zo’n knus-rustieke loop moet ik oppassen niet de Kenny van Hummel van het hardlopen te worden. Gejaagd kijk ik om, of ik as-je-blieft niet de laatste hoef te zijn. Maar dan ontwaar ik tot mijn opluchting in de verte het silhouet van een puffende en krakende collega-slak en ik krijg vleugels. ‘Hup Papa!’juichte een groep kinderen aan de kant, tijdens mijn voorlaatste Rabobank Loop in Alblasserdam. Dat kon niet voor mij bedoeld zijn. De hevig zwoegende en zwetende huisvader, die mij op enkele meters afstand volgde, behoedde mij voor het hekkensluiterschap. En ach, ik word natuurlijk vanzelf sneller. Zo gaat dat toch bij alles waarin je routine opbouwt? Nou, bij hardlopen niet. Sinds die voor mijn doen miraculeuze 1.06 nog wat bij de City Pier City in 2009, ben ik alleen maar trager geworden. Bij de RTV Rijnmond Loop was dit nog buiten mijn schuld. Mijn doorkomsttijd op 5 km was 32 minuten (voor mijn doen een flitssnelheid) mijn eindtijd was een roemloze 1.13, omdat ik mij muurvast liep in een mensenmassa, die ter hoogte van de finish morrend voor een plots opgeworpen wegversperring stond te wachten. Na ruim 6 tergende minuten schuifelden we over de finishmatten, als bezoekers van een drukbezocht popconcert. Maar bij de Alkemade Nesse Loop had ik geen enkel excuus voor de teleurstellende 46 minuut zoveel, waarin ik 7 km aflegde. Het was duidelijk,hier moest worden ingegrepen. Ik riep de hulp in van een loopcoach, bij wie ik een lesje volgde. Als ik haar conclusies op een rijtje zet, leek mijn lopen meer op een dance macabre. Houding verkrampt, hoofd ver vooruit, doordat ik mijn schouders en nekspieren samentrok. In plaats van met mijn rechtervoet de grond te raken, maakte ik vreemdsoortige bokkensprongen. Met mijn armen fladderde ik als een desperate vogel. De coach leerde mij de bokkensprongen af, raadde mij ‘de schouderbladen in de broekzakken te stoppen’, mij op de horizon te richten met een denkbeeldig draadje aan het plafond, en verwees mij naar Mensendieck, voor een betere loophouding. Dit alles hielp, maar nog niet genoeg voor de Ladies Run (1.10). Daardoor niet uit het veld geslagen, gaf ik mij toch maar alvast op voor 2 halve Marathons: van de AD Loop in september en van de Amsterdam Marathon in oktober. Dat moest ik zo onder de hand wel kunnen. En ik werd dan natuurlijk vanzelf sneller. Moet lukken. Toch?
(wordt vervolgd)
HAN-KAN marathon bestaat 5 jaar
11 december 2009 door Redactie Hardlopen.com
Categorie Marathon
Op zondag 9 mei 2010 vindt de 5e editie van de HAN-KAN estafette & marathon plaats: een lustrum! Om dit te vieren krijgen alle deelnemers een door een HAN-student ontworpen rugtasje. Het ontwerp van het tasje is als winnaar uit de bus gekomen bij de ontwerpwedstrijd in samenwerking met Tribute Clothing. Het rugtasje wordt exclusief voor de HAN-KAN geproduceerd in een ‘limited edition’. Hardlopers kunnen deelnemen aan de hele marathon of de estafette met 2 of 4 personen. Voor bedrijven is er een aparte BusinessRun in een apart klassement.
Het startschot klinkt op 9 mei om 9.00 uur op de Nijmeegse campus van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Vanaf Nijmegen gaat de route via de dijken van de Lingewaard naar de HAN Campus Arnhem. Studenten van de minor Sport- en Event Management van de HAN hebben samen met professionals, politie en de betrokken gemeenten de organisatie in handen. ‘Wij willen het bedrijfsleven laten zien welke talenten en capaciteiten onze studenten hebben’, aldus directeur van de marathon Masja van Fruchten
De route van de hardloopwedstrijd loopt voor een groot deel door de gemeente Lingewaard met wisselpunten voor de estafette. Het parcours biedt veel variatie door de verbinding van de landelijke omgeving van de gemeente Lingewaard en de stedelijke omgeving van Arnhem en Nijmegen.
Inschrijvingen van start
Hardlopers kunnen zich voor dit hardloopevenement inschrijven voor de hele marathon (42,195 km), estafette met 2 personen (21,1 km p.p.) en estafette met 4 personen (10,5 km p.p.). Met name de estafette is populair onder de lopers uit de regio Arnhem en Nijmegen. De HAN-KAN estafette & marathon is dan ook het enige evenement waarbij er een brug geslagen wordt tussen Arnhem en Nijmegen.
Meer informatie
Belangstellenden kunnen voor informatie over de route, BusinessRun en inschrijvingen terecht op www.hankanmarathon.nl.
D-Day: aflevering 6 uit de serie over een slak die doorzet
Zaterdag 12 april 2008, ’s middags. Met de auto rijden we de route. Zo weten we wat ons morgen te wachten staat. Coolsingel, Blaak, Mariniersweg, Warande (oei, saai), Gerdesiaweg (nog saaier en bovendien ook nog eindeloos lang…oh jemig, van saai word ik moe…), Crooswijk door, stuk Kralingse Bos (ah, ook nog een elementje natuur…). Zou het lukken, morgen? Voor Echtgenoot een eitje, voor hem is het zijn 4e wedstrijd. Maar voor mij? In het echt heb ik deze route nooit gelopen. Na het gehannes op de loopband heb ik nog een keer 10 km buiten gelopen. Daar ging ik tenminste van uit, dat het er 10 waren. Van de Bakemakade naar de Erasmusbrug en vervolgens in westelijke richting, diep Delfshaven in (gemier in schattige straatjes die zich niet lenen voor hardlopen) en weer terug. Ik deed er 1 uur en 12 minuten over. Maar zou ik zondag de limiet halen, of kreeg ik de bezemwagen in mijn nek, bestuurd door de Man met de Hamer? Of zijn dit slechts legendes, zoiets als het Monster van Loch Ness? Als rashypochonder is angst voor pijn en onwel zijn mij niet vreemd. Sinds kort is daar een nieuwe fobie bij gekomen: moeheid, vooral tijdens het hardlopen!
’s Nachts. Hoe moet ik in vredesnaam in slaap komen op liters thee en net iets te veel pasta, waarvan ik ietsepietsie vol zit? Ben ik dan toch een drankorgel? Nog maar even lezen? Niks ervan, dan is het ochtend vóór ik het weet. Mijn eigen gedachten moeten mij naar Dromenland leiden. Hoe zou het met Hond zijn, die bij Zoon logeert? Vanmiddag lieten we hem uit in het Kralingse Bos. Het Kralingse Bos! Morgen… Help, ander onderwerp! Fijn, binnenkort verhuizen we vanuit de Kop van Zuid weer naar onze goeie ouwe buurt. Rochussenstraat, ’s Gravendijkwal, Mathenesserlaan, Heemraadssingel…Hoe lang zouden die straten precies zijn, en hoe lang zou ik erover doen om ze te lopen? Help, ander onderwerp! De HBS-tijd van Joop ter Heul. Ben ik weer aan het lezen. Best een sportieve meid, die Joop. Ze tennist er lustig op los. Zou ze ook goed kunnen hardlopen? Help, ander onderwerp! Beter aan niks denken. De geest laten ‘vrijlezen’, een treffende term, ik heb hem niet van mezelf, maar uit een boek van Maria Stahlie, over een hypochonder in afwachting van een enge, medische uitslag. Laat ik maar blij zijn dat dit voor mij niet aan de orde is. Beter een smadelijke afgang dan een fatale ziekte. Beter de bezemwagen dan de ambulance.
Zondag 13 april 2008, ‘morgens vroeg. Vliegtuigjes zoemen boven onze hoofden. Voor de Marathon, snap ik heus wel, maar ook een beetje voor ons! Uitslapen is er niet bij. Twee uur van tevoren eten, dus aantreden voor de ochtendpap (ander woord voor muesli).
Bizar vroeg op pad, maar dan komen we in ieder geval niet te laat. In de metro tussen een groepje joviaal grappende, doorgefourneerde (vermoedelijk Marathon)lopers, al helemaal in het pak gehesen. Er is ook een blinde jongen met een blinden-geleide-Labrador. Lief!
De kleedkamer in de parkeergarage van het Technicongebouw wordt bewaakt door soldaten. Geruststellend voor je bezittingen. Nog een uur te gaan. Zit het startnummer wel goed vast? Hangt die ene veiligheidsspeld er niet een beetje raar bij? Veiligheidsspeld erin, veiligheidsspeld eruit. Deelnemende collega’s van Echtgenoot laten druivensuikertjes rondgaan. Wel of niet eentje nemen? Maar niet, heb zelf ook. Hé, daar eet iemand een stukje banaan. Ook doen, of ga je daar straks vertragend van boeren? Nog een keer naar de WC, voor alle zekerheid? Nog een slokje water, of moet ik dan alwéér naar de WC? Zit die chip wel goed, of op half 7? Even opnieuw strikken. Nee hè, nu zit alles nog ongelukkiger. Chip zit goed, maar dat koordje in de broek, zou dat niet naar binnen kunnen schieten? Nog maar een dubbele knoop maken. Nee, nu zit het niet meer lekker…Toch maar weer losmaken, die knoop. BlackBerry meenemen of in de kleedkamer laten? Die soldaten zorgen wel dat hij niet gejat wordt. Nee, toch maar mee, je weet maar nooit of je geen noodsignalen moet uitzenden…Nog 3 kwartier…
12.45. Geen weg terug. In een lange rij naar de start. Lacherig wachten, met Echtgenoot en collega’s. Een flesje Ikea-water gaat van hand tot hand. Op de valreep nog een laatste slok. Echtgenoot en ik zoenen elkaar succes. Dan worden we weggeschoten. De Coolsingel af, de Blaak op. Druk, als op een winkelmiddag, met vergelijkbare snelheid. Nou, zo word ik in ieder geval niet gauw moe! We naderen de Mariniersweg, de loopruimte wordt groter. Ik word ingehaald, natuurlijk, maar ik haal warempel zelf ook in! Op de Mariniersweg word ik enthousiast begroet door Oude Vriend. Wat leuk! Monter zet ik er de sokken in, richting Crooswijk. In de Crooswijksestraat word ik ingehaald door blinde jongen met hond uit metro. Kranig, zoals dat schattige beest naast zijn baas draaft. Eigenlijk moet die straks ook een medaille. Het dier heeft natuurlijk ook hard getraind. Een bottleneck aan het eind van de Crooswijksestraat. Gedwongen kruipstukje, dan het bos in.’Zij lopen zacht!’ Langs de kant stoot een klein jongetje gedesillusioneerd zijn moeder aan. Hij wijst op een paar meiden, die nu al lopen te wandelen. Ze zijn aan de mollige kant, maar hun shirts prijzen het slankheidsmiddel Herbalife aan. ‘Meester, kunt u niet wat langzamer?’ steunt een eindje verderop een schoolknaap, die kennelijk in klasverband meedoet. Straten lopen leuker dan natuurgebieden, ontdek ik tot mijn schande. Kwestie van variatie. En regen stimuleert mij meer dan zonneschijn, ook tot mijn schande. Ik verfoei de Koperen Ploert, die zijn stralen genadeloos over mij uitstort. Waar blijft die waterpost? En waar blijven Zoon, Dochter, Schoonzoon en Hond? Ze zouden toch daar bij dat hoekie staan? Gemist? Of toch een Gruwelijk Ongeluk? Ik krijg het acuut in de benen.
Gelukkig, we lopen weer over de Crooswijksestraat. Hoempaorkestjes geven vleugels. Ik ruik triomf, ik ga de bezemwagen niet tegenkomen!
De Gerdesiaweg! Hé, te gek, daar is Schrijfclubvriend! En daar, verderop, staat Schoonzus foto’s te maken. Even later: een groepje collega’s van Echtgenoot moedigt mij luidkeels aan. En wederom Schrijfclubvriend, die mij op de fiets een stukje is gevolgd. Super, al die belangstelling, klasse van die gasten! Achteraf blijk ik ook nog Schrijfclubvriendin te hebben gemist, ter hoogte van de finish. Sorry, sorry, sorry! Kennelijk al te monomaan bezig met dat ene, die finish dus… Want nu gaat het ervan komen. Scheuren, die laatste paar metertjes! Voor mijn doen, dan… Nog een heel klein stukkie…Wat heb ik dat vaak moeten horen, onderweg. Nu is het echt waar! Het schoolreisliedje van vroeger: 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10, zo gaat ie goed, zo gaat ie beter, alweer een millimeter! Toepasselijk bij bevallingen, weet ik. Maar ook bij een loop als deze. Het lijkt er wel wat op. En dan, plotseling, is het gebeurd. Door de poort, over de matten. Ik sta stil. Een gevoel in mijn hoofd alsof ik uit een snelle lift stap. 1.09 en nog wat. Niet gek voor zo’n beginnende slak als ik. Geen mannen met hamers in bezemwagens, maar een vetleren medaille om de nek. En alle dierbaren leven nog, en juichen ons toe. Zo hoort het. Op naar de volgende loop!
Het is bijna menens, aflevering 5 uit de hardloophistorie van een slak die doorzet
‘Beste atleet, op vertoon van deze brief kan je je startnummer en chip ophalen…’ Help, wát staat daar? Atleet? Ik? Nou wordt het echt menens, nog maar een paar weken…Kan ik eigenlijk 10 km achter elkaar hardlopen? Vorige week zaterdag voelde ik me op de loopband een hele Piet, toen ik 8 kilometer achter elkaar liep in een tempo van 7,5 met 2 minuten hijgend wandelend water slobberen en daarna de resterende 2 km. Maar maakte dit mij een atleet? Deze zaterdag zou ik bewijzen dat ik 10 aaneengesloten kilometers tot een goed einde kon brengen. Met een welgevulde fles water en de Ramones op de iPod moest dat toch lukken? In de auto, naast Echtgenoot, op weg naar de sportstudio, maakte ik mij al nerveus. Zou er een loopband vrij zijn? Er waren er maar 2. En zou de techniek meewerken? De iPod, die later wegens ongeneeslijke laadproblemen de geest zou geven, liet het op de meest ongelegen momenten afweten. Zo ook die bewuste zaterdagmiddag, toen ik vol goede moed een vrije loopband besteeg. Op de andere trainde Echtgenoot voor dezelfde RTV Rijnmond Loop. Juist toen ik een beetje op dreef kwam, deed de iPod ‘plop!’ en was ik overgeleverd aan de radio in de sportzaal: dreunende techno, house, trance of hoe dit soort baggerherrie tegenwoordig mag heten. Ik zette de band op kruipsnelheid en begon verwoed aan de iPod te prutsen. Niks. Ik was aangewezen op de House van het huis. Maar ik zou me er doorheen slaan! Grimmig vrat ik mij door de kilometers heen, knarsetandend trotseerde ik de geluiden die mij omringden. Behalve die vermaledijde house-ellende, was daar de intensief trainende gewichtheffer, die bij elk gewicht dat hij hief rauwe oerwoudgeluiden uitstootte. Verderop voerden 2 jongens met een Zeeuwse tongval een luide conversatie over niks. Per minuut voelde ik me zuurder worden, in mijn spieren, maar vooral in mijn getergde brein. Dit was niet uit te houden. Ik moest die iPod weer aan de praat krijgen! De band zachter gezet en prutsen maar weer…Naast mij keek Echtgenoot verstoord opzij. ‘Waar ben jij mee bezig?’ 3 kilometer moest ik nog, en die iPod liet mij definitief stikken. ‘Ik ga zo weg, hoor’, waarschuwde Echtgenoot. Eerder weg dan ik, dat betekende niet samen naar de kroeg, ter afsluiting van het sportmiddagje. Dat mocht niet gebeuren! ‘Mag ik jouw MP3 lenen?’ smeekte ik. Dat mocht. Echter, met dit voor mij vreemde apparaat kon ik niet overweg. Dat werd weer prutsen. Gelukkig, eindelijk wisten The Beatles de oerwoudgeluiden en het Zeeuwse gezwatel te overstemmen. Nog maar 2 km! ‘Kom nou mee’, joeg Echtgenoot mij op, ‘als je dit kan, kun je ook 10 km.’Ja ja, dat zei hij natuurlijk omdat hij op tijd thuis wilde zijn. Maar ik moest en zou het volbrengen, pas dan had ik zekerheid! Ik negeerde de hitte in de sportzaal en de opkomende zeurpijn in mijn kuiten en liet de band oplopen naar 8. Aangekleed en fris gedouched, maar met een gezicht als een oorwurm klopte Echtgenoot op de ruit. Ik kom zo! De band naar 9. Echtgenoot had zijn jas al aan. Band naar 9,5. Echtgenoot bij de deur. De band naar 10, naar 10, 5….Ik was er, ik had het gefixt! Echtgenoot liep buiten. Uiteindelijk belandden we die middag toch nog samen in de kroeg, met de cafékat knus op schoot. Maar was ik nou een atleet? Kon ik in het echt ook 10 km volbrengen? De praktijk zou het leren…
(wordt vervolgd)
kruiwagen met cement, nr 4 uit de aflevering van de historie van een slak die doorzet
‘Mevróuóuóuw, mogen wij u wat vragen voor onze schoolenquête over de buurt?’ Allemachtig! Op hun dooie gemak konden deze groep-6-kindertjes mij deze vraag stellen, terwijl ik mij langs de Peperklip spoedde. Spoedde? Ha ha, dat had ik gedacht! Zoals zo vaak was het voor voorbijgangers geen enkele moeite om mij aan te roepen met verzoeken om de weg te wijzen, deel te nemen aan enquêtes of toe te treden tot hun kerkgenootschap. En de RTV Rijnmond Loop was al over een maand! Als ik zo doorging, zou ik de bezemwagen nooit voor blijven. Hoe kwam dat toch, waarom werd ik niet sneller? Ik wilde wel, maar leek niet vooruit te branden. Het voelde alsof ik een kruiwagen met cement over een zandweg voortduwde. En zo liep ik ook, bleek uit de observaties van een gemeenschappelijke vriendin van mij en echtgenoot Rien, tijdens een gezamenlijke training. De vriendin had er kijk op. Ze was zelf een verdienstelijk loper, met 2 kinderen op de atletiekvereniging. Na afloop van de training deed zij mij de briljante suggestie aan de hand om eens rechtop te gaan lopen. Nou, dat scheelde! De eerstvolgende keer op de loopband ging een wereld voor mij open. Zomaar ineens kon ik van 7.0 naar 7,5, zonder ook maar een seconde amechtig tegen de stang te hoeven leunen. En buiten moesten enquêteurs, wegvragers en bekeerders mij beschreeuwen of achternarennen. Deden zij dat? Aan achteromkijken waagde ik mij niet. Mijn vrees dat voorbijgangers mij in hun flaneertempo zouden inhalen, liet zich maar moeilijk verdrijven. Nog steeds kreeg ik het acuut in de benen van voorbijgangers. Van hun jolige commentaren, hun onderzoek- of bekeerdrang, of simpelweg door de angst dat ik hen niet zou kunnen inhalen als zij voor mij uit liepen. Maar die kruiwagen met cement was ik tenminste kwijt.
Het Noordereiland voorbij: nieuwe aflevering uit de hardloophistorie van een slak die doorzet
De Willemsbrug over en dan terug? Goddank! Eén ondeelbaar moment vreesde ik dat Rien bedoelde dat we de Maasboulevard zouden inslaan, tot aan het Excelsiorstadion. We waren halverwege de Boompjes, vanaf ons toenmalige huis aan de J.B. Bakemakade op de Kop van Zuid. Voor Rien was het een blokje om, maar voor mij nam deze trainingsloop Marathonvormen aan. Maar tot nu toe had ik het hem toch maar mooi gelapt, vond ik. En dat terwijl ik nog vorige week met hangen en wurgen het Noordereiland had ‘bedwongen’. Na mijn Kralingse maidentrip kwamen Rien en ik tot de conclusie dat het niet noodzakelijk is om altijd samen te trainen. In ons geval had het ook niet veel zin, omdat onze tempo’s lichtjaren verschillen. We volgden ons eigen programma. Op basis van mijn gedownloade trainingsschema, dat mij naar de RTV Rijnmond Loop zou loodsen, moest ik 3 keer per week trainen, in tijden die varieerden van 3 kwartier tot een uur. Het Noordereiland liep ik in een uur, vanaf ons huis. ‘Dat gaat hard, meid!’ riep een schipper aan de kade mij jolig na, toen ik een voorzichtige dribbelpas inzette. Manhaftig vervolgde ik mijn weg over de kades, de Stieltjesstraat en de Koninginnenbrug. Foei, die liep op! Bij het Jan Eleveld pufte ik uit met het maken van rek- en strekoefeningen, die ik in het Kralingse Bos van Rien had geleerd. Na moed en kracht verzameld te hebben, vervolgde ik mijn weg langs de Maaskade. Aan de kop van het Noordereiland tegenover de Erasmusbrug moest ik weer rekken, strekken en uitpuffen. Via de Prins Hendrikkade sukkelde ik naar de Koninginnenbrug. Ter hoogte van ons favoriete Italiaanse restaurant Gaetano keek een klusjesman mij verbaasd na. Of verbeeldde ik mij dat maar? Goh, wat een rottige keien, hier…Op de brug kuierde een vrouw achter een kinderwagen. Voor haar uit sjokte een grijsaard met een wandelstok. Zou ik hen kunnen inhalen? Dat lukte zowaar! ‘Rennen, rennen, rennen!’ riep een groepje voetballende jochies in de Rosestraat. Rechtsaf, nabij de Peperklip was het weer rekken, strekken en uitpuffen geblazen. Met de nadruk op ‘geblazen’. Geradbraakt, maar voldaan stak ik even later de huissleutel in het slot. Onder de verbaasde, meewarige blikken van hond Moos deed ik de verplichte cooling down oefeningen. De tocht naar het Noordereiland gaf mij het gevoel bergen te hebben verzet, maar nu, een week later, had ik toch maar even een rondje bruggen gelopen. Meer dan d r i e k i l o m e t e r maar liefst, toe maar! Ik was het Noordereiland voorbij, klaar voor Het Grote Werk…
(wordt vervolgd)
‘Berlijn, de zon is geel’
11 oktober 2009 door Ab Bertholet
Categorie Ab Bertholet, Columns, Evenementen, Hardloopmuziek, Marathon
Een persoonlijke marathonbeleving
Vrijdagochtend 18 september 2009. Anderhalf uur na de landing op Berlin Tegel kijken we vanuit onze hotelkamer op de 13e etage in de Stresemannstraße uit over het stadscentrum van de Duitse hoofdstad. Mijn loopmaat J. en ik hebben vanuit onze hoekkamer uitzicht naar twee kanten en zien de metamorfose die Berlin Mitte de afgelopen 20 jaar heeft ondergaan in volle glorie voor ons. Ter hoogte van het vroegere Checkpoint Charlie stijgen toeristen met een luchtballon aan een koord op tot ver boven de bebouwing. Op de ballon staat het logo van dagblad Die Welt. Is dit niet een verraderlijk harmonieus plaatje, een beetje erg heile Welt, met louter voorspoed en keurig verwerkt verleden – inclusief beklemmend Holocaustmonument?

Voor het bruinrode Gropius-gebouw linksonder liep de Muur
Rafelrandjes
De charme van Berlijn vormden voor mij en zoveel anderen altijd de rafelrandjes, zowel in het westelijke als oostelijke deel van de stad? Van het krakersbolwerk Kuckuck tot de recalcitrante schrijvers in Prenzlauer Berg. Van de Neue Deutsche Welle tot Tacheles. Daar is allemaal geen spoor van te zien in dit prachtige panorama.
Als je door je wimpers kijkt zie je dik honderd jaar geschiedenis in een collage samengeperst. De Muur liep hier vlakbij dwars door de straat. De stad die van de ene dictatuur in de andere was gerold, had de grootste moeite om daar weer vanaf en bovenop te komen. Maar nu bruist ze nu opnieuw aan alle kanten.
Overal glimlacht Angela Merkel je toe vanaf reusachtige billboards (’Wij kiezen de Bundeskanzlerin’, mevrouw de bondskanselier). Om haar herverkiezing ongehinderd te laten verlopen is de marathon een week vervroegd. De moeder van alle Duitsers is ook nog eens de beschermvrouwe van de marathon. Wat kan ons nog gebeuren?
20 jaar grenzeloos lopen
Ja natuurlijk, dit is allemaal Berlijn – de stad die ik goed ken en waar ik dol op ben. En dit wordt de marathon die ik eigenlijk al twintig jaar heb willen lopen. In de jaren tachtig heb ik vaak aan beide kanten van de Brandenburger Tor gestaan om me net als iedereen af te vragen of je ooit weer ongehinderd van oost naar west zou kunnen. Als de vogels uit het nummer van het Klein Orkest. En toen de Muur in november 1989 viel, was duidelijk dat de marathon voortaan onder de Brandenburger Tor zou doorgaan.
Inmiddels hebben honderdduizenden lopers die symbolische gang gemaakt tijdens de jaarlijkse stadsmarathon. Dit jaar wordt de val van de Muur uitgebreid herdacht, bij de marathon onder het motto ‘20 jaar grenzeloos lopen‘. Het marathonparcours passeert op vier plaatsen de voormalige grens tussen ‘West-Berlijn’ en ‘Berlijn, hoofstad van de DDR’. Ik verheug me al maanden op de laatste 1400 meter: in een rechte lijn Unter den Linden af, onder de Brandenburger Tor door en dan nog een paar honderd meter tot de streep op de Straße des 17. Juni. Ik weet zeker dat ik goed zal finishen.
Luchthaven Tempelhof
Maar zover is het nog lang niet. Eerst moeten we deze vrijdag onze startnummers nog ophalen bij de voormalige luchthaven Tempelhof. En alvast het bestelde ‘finisher’-shirt. Het is natuurlijk bijgeloof, maar ik vind het toch een beetje de goden verzoeken. Het gigantische Tempelhof-complex is een overblijfsel uit het Derde Rijk, een van de grootste nog bestaande voorbeelden van nazi-architectuur. Minder dan een jaar geleden was het nog in bedrijf.

Het platform van Tempelhof
Je kunt natuurlijk vinden dat historisch besmette gebouwen gesloopt moeten worden, zoals ook het Olympiastadion uit 1936, waar morgen de Frühstückslauf eindigt. Ik ben blij dat het er nog staat allemaal en dat ik me kan verbazen over de gigantische dimensies van deze bouwwerken.
De marathonmarkt is al even gigantisch en natuurlijk zijn de startnummers in de verste uithoek te krijgen. Hoewel we ons hebben voorgenomen om zo min mogelijk te wandelen in deze uitgestrekte stad heb je zo alweer een flinke afstand afgelegd. Alleen al het bekijken van de stands van de talloze grote en kleine hardloopmerken is een uitputtingsslag. En dan heb ik het niet eens over de gezondheidsbeurs, waar je je van binnen en buiten kunt laten analyseren en vitaliseren. Daar zit ik even niet op te wachten, tut mir leid. Ik voel me goed, om niet te zeggen opperbest.
Terwijl we buiten een bakje pasta met een halve liter Erdinger alcoholvrij witbier wegwerken (‘isotoon’ staat prominent op het etiket, dus al bijna gezond voor lopers, zou je denken), krijgen we de aanloop van het andere grote marathonevenement dit weekend mee. De prominente inline skaters geven een demonstratie op het platform van het vliegveld. Zij rijden de marathon op zaterdag (in een uur en een paar minuten!). Zo’n 170 van hen gaan voor de dubbelslag: de marathon skaten op zaterdag en hardlopen op zondag.
Wij gaan ’s avonds nog een hapje Vietnamees eten met een Berlijnse kennis, die deze marathon ook zelf al eerder heeft gelopen. Hij geeft ons wat nuttige tips over de situatie in het startgebied, die ons in het uur voor de start goed van pas zullen komen.
Frühstückslauf
In de ontbijtzaal op zaterdagochtend zijn de hardlopers in de meerderheid. En dat is beslist niet alleen in dit hotel het geval. Van de organisatie van de New York Marathon hebben de Duitsers het idee van een breakfastrun overgenomen. Gewoon de dag van te voren een paar kilometer rustig draven, meer om de zenuwen in bedwang te houden dan voor het serieuze lopen.
Zo’n elfduizend lopers verzamelen zich bij Schloss Charlottenburg voor een kilometer of zes naar het Olympiastadion. Bij de marathons in Nederland zouden ze dolblij zijn met zoveel deelnemers aan het hoofdprogramma. Hier is het een carnavalesk voorafje. Lopers van over de hele wereld staan geschminkt en met vlaggen en toeters klaar om samen met hun kinderen en grootouders in een optocht naar het Olympisch Stadion te dribbelen.De sponsor van de Berlijnse marathon is de supermarktketen real,-, die na afloop aan alle deelnemers een gratis (tweede) ontbijt uitdeelt. Geen kwaad woord over wat Albert Heijn bij de Damloop doet, maar dit is andere koek. Letterlijk en figuurlijk. En we eindigen op het blauwe tartan van het stadion, waar een maand geleden Usain Bolt als een bliksemschicht schitterde tijdens het WK.
Wachten op de Grote Dag
De rest van de zaterdag vullen we met zo rustig mogelijk doen. Dat is moeilijk in deze stad en met dit prachtige weer. We belanden uiteindelijk in het volkspark in Treptow, met een (ook alweer) reusachtig Russisch oorlogsmonument. Aan het eind van de middag kijken we naar de finish van de inline skaters. Wat gaan ze snel, je kunt ze nauwelijks fotograferen. En steeds met een groepje in zo’n mooi treintje. Daarna in het hotel onze spullen klaarleggen voor morgen en nog even wat eten. Oppassen dat je je maag niet bederft met de gutbürgerliche Duitse keuken. Gelukkig kun je je hier op iedere straathoek voor tien euro te goed doen aan sushi en ander licht verteerbaar voedsel.
‘Don’t blame it on the sunshine’
Zondag 20 september 2009, 6.00 uur. We hebben de wekker wel gezet, maar hij krijgt niet de kans om af te gaan. Aankleden, behoedzaam ontbijten, zo vaak als mogelijk naar het comfortabele hoteltoilet en om 7.30 uur staan we buiten. Van ons hotel is het maar zo’n 500 meter lopen naar het startgebied, maar de straat is al helemaal vol met lopers, die gelukkig allemaal dezelfde kant op moeten. Het licht zenuwachtige geroezemoes is de gebruikelijke stilte voor de storm, maar op een ongekende schaal. Als dit de stilte is, hoe zal straks de storm dan zijn?
Waar de tijd mee verstreken is, weet ik niet precies, maar we staan een hele tijd later in een stilstaande massa mensen te wachten tot we het startvak in kunnen. Wordt het nu toch nog krap om de start om 9 uur te halen? De zon schijnt al lekker en ik realiseer me dat dat geen onverdeeld positief teken is. Het extra t-shirt dat ik heb aangetrokken (oranje met de tekst Jetzt geht’s los!, overgebleven van het EK voetbal) kan ik hier wel ergens over een dranghek hangen. Misschien heeft iemand er nog iets aan.
Ons eigenlijke startvak puilt uit, dan maar buitenlangs oprukken naar voren, en nog een vak. Minder dan een minuut voor het startschot klinkt, staan we eindelijk in een startvak. Nu gaat het echt los. De zon schijnt als op een zomerdag. Een graad of 6 te warm, zei mijn Berlijnse kennis, maar ik kan me daar niet zoveel bij voorstellen. Nog niet. Het voelt heerlijk.

Om ieder risico uit te sluiten dat het parcours bij nameting te kort zou zijn, telt het traject van de blauwe lijnen per kilometer 1 meter extra
Alles optimal…
Een minuut of drie na Haile Gebrselassie, Duncan Kibet en de andere wedstrijdlopers gaan we over de startlijn. Nu moet het gaan gebeuren. Mijn doel vandaag is de marathon tamelijk vlak uit te lopen in 3:45 uur. In een tempo van 5:20 min/km dus. Mijn benen voelen goed en ik kom meteen in een lekker tempo. Mijn hele voorbereiding is probleemloos verlopen. Vanaf de sportkeuring tot en met het startschot. Zelfs geen kleine probleempjes gehad, ruim 900 km getraind in vier maanden, alles geoefend wat er te oefenen valt en ook tijdens het weekend in Berlijn niets aan het toeval overgelaten. De Duitse organisatie zou trots op me zijn, die laat ook niets aan het toeval over.
Met 40.000 lopers stormen we op de Siegessäule af. Ik heb al een keer bovenop dit beeld gestaan, maar nu moet het uitzicht van bovenaf op al die lopers die links en rechts om het monument heen draven echt schitterend zijn. We hebben genoeg ruimte om te lopen, maar je ziet geen enkele bocht aankomen. Daarom volgen we maar de drie blauwe lijnen op de grond, die samen min of meer de ideale route aangeven.
Na 4 kilometer zijn we inmiddels in Moabit aangekomen en nog voor we langs de bajes zijn, verstapt mijn loopmaat zich vanaf een stoeprand en ik vrees het ergste. Hij twijfelt wat hij moet doen en ik idem dito. Hij probeert het nog even en blijft dan achter om een bandage om zijn enkel te doen. Ik besluit door te lopen, in het besef dat ik niets zinvols kan doen. Balen is het wel, zo vroeg uitvallen is een lelijke streep door de rekening.

Het parcours gaat achtereenvolgens door de wijken Tiergarten, Moabit, Mitte, Friedrichshain, Neukölln, Kreuzberg, Schöneberg, Wilmersdorf, Steglitz, Zehlendorf, Charlottenburg en weer Mitte
Terwijl de toeristische herkenningspunten in een gestaag tempo langs de route opduiken, begin ik me rond de 15 kilometer af te vragen of ik de beoogde tijd nog wel kan halen. Tot dan toe heb ik lekker gelopen en mijn benen voelen ook alsof ik het nog wel een tijdje zo volhoudt, maar dit is niet het tempo dat naar 3:45 uur leidt. Hoe komt dat? Toch de warmte? Ik heb in ieder geval de hele tijd dorst en drink bij iedere post, dat wil zeggen elke 2,5 km, water. Dat is behoorlijk koud, wat mijn maag uiteindelijk niet verdraagt, weet ik. Dus neem ik steeds maar een klein slokje en verdeel de rest over mijn hoofd, rug en benen.
Lijden is een keuze
Halverwege kom ik door in 1:54 uur. ‘De helft is volbracht’ staat op een boog boven de weg. Het is inmiddels boven de 25 graden en ik zit in dubio. Die 3:45 ga ik waarschijnlijk niet halen. Nu gaat het nog redelijk lekker, maar ik verwacht dat ik in het tweede deel zeker ergens wat verval ga krijgen, al is het maar een paar kilometer lang. Ik herinner me een gedachte van Haruki Murakami (Waarover ik praat als ik over hardlopen praat). In mijn eigen woorden: Pijn is onvermijdelijk, lijden is een keuze. Een marathon is niets voor watjes. Op een gegeven moment gaat het gegarandeerd pijn doen, maar of je echt gaat lijden, of je kapot gaat, dat is je eigen keuze.
Tijdens de voorbereidingsfase stelde ik me af en toe voor dat die gedachte een soort mantra voor me zou zijn. En natuurlijk was ik dan zo goed getraind dat ik niet hoefde te lijden en toch met een zeker gemak die snelle tijd liep. Maar nu loopt het anders. Ik moet nu beslissen of ik ga forceren om de tweede helft sneller af te leggen. Met de bekende risico’s van helemaal instorten, overgeven of andere ellende. Of dat ik accepteer dat ik mijn streeftijd niet haal en zo lang mogelijk doorga met genieten van de sfeer, de stad, de zon en het lopen.
‘Ein Frauenchor am Straßenrand, der für mich singt’
Dan maar genieten, ik gooi de tabel met tussentijden weg en kies voor de muziek. Langs de route staan ruim een miljoen enthousiaste mensen, zo’n 70 sambabands, dj’s, groepjes cheerleaders en wat je nog meer allemaal kan opzwepen. De Berlijnse rapper Peter Fox ziet in z’n droom een vrouwenkoor voor hem zingen, maar als deelnemer zie je hier ook genoeg fantastische dingen langs de kant van de weg.
Op mijn iPod heb een Berlijn-afspeellijst gezet van anderhalf uur, zodat ik zeker weet dat mijn favoriete nummers twee keer of vaker langskomen. Ik heb het volume precies zo hard gezet dat het door de livemuziek overstemd wordt, tussen twee bands in hoor ik dan weer mijn eigen flarden inspiratie: ‘Ich fühl mich gut, ich steh’ auf Berlin’ (Ideal); Het zit wel vaker eens tegen, gewoon blijven bewegen (Klein Orkest); Dancin’ in the street (Rolling Stones/David Bowie); Don’t blame it on the sunshine (The Jacksons).
Maar uit de doppen in mijn oren komt gelukkig niet alleen oude meuk uit de vorige eeuw, toen ik nog jong was. The Black Eyed Pies en Beef produceren opzwepende nummers waar ik lekker op kan lopen. En de actuele beats en raps van Berlijnse bodem slepen me zelfs door de moeilijke momenten tussen de 30 en 40 km heen. Shantel (Bucovina, Disco Partizani) en Peter Fox (Haus am See, Schwarz zu Blau, Alles neu) voorop.
‘Berlijn, de zon is geel’
De titel van dit verhaal is ontleend aan het gedicht van H. Marsman met dezelfde titel. Tussen Marsman en Peter Fox zit bijna een eeuw, tussen expressionisme en Duitse dance hall. Maar toch werden ze allebei door iets gegrepen in deze stad dat mij ook steeds weer boeit. Marsman schrijft: ‘De morgenlucht is een bezoedeld kleed/ Een bladzij met een ezelsoor/ Een vlek/ De stad een half ontverfde vrouw.’ Peter Fox: ‘Guten Morgen Berlin, du kannst so hässlich sein/ So dreckig und grau/ Du kannst so schön schrecklich sein.’
Die Zielgerade
En zoals je de schoonheid van het lelijke kunt bewonderen, zo probeer ik me ook door de kilometers heen te werken die niet meer vanzelf gaan. Mijn bovenbenen beginnen langzaam te verzuren, maar ik ben inmiddels over de 35 km en heb de Kurfürstendamm gehad, zo meteen gaan we over de Potsdamer Platz, door de Leipziger Straße, waar je op uitkeek vanaf het uitkijkplatform bij de Muur. Aan het eind, bij het 40km-punt is het links, rechts, links en nog een keer links en dan ben ik op de Zielgerade, de rechte lijn naar de finish. Mijn laatste Steigerung over 1400 meter gaat als vanzelf. In de verte staat Victoria op de Brandenburger Tor, dat ene speciale moment is inderdaad heel speciaal. Ik loop de halve tijd met mijn armen omhoog, het lijkt wel de loopscholing op de club. Van core-stabiliteit kan niet echt veel sprake meer zijn. En dan ben ik binnen, net onder de 4 uur (3:58) en sta ik met een medaille om mijn nek. De Brandenburgter Tor op de voorkant, Haile Gebrselassie op de achterkant.
Berlijn, de zon was vandaag erg geel en erg warm. Dat heeft me van een vermoedelijk pr afgehouden, maar ik geloof niet dat ik mijn ervaringen voor een pr zou willen inruilen. Er zit misschien wat weinig afzien in dit verslag. Het is er niet van gekomen, ik heb genoten.
Ab Bertholet is behalve hardloper tekstschrijver, communicatieadviseur en -trainer. Hij is gespecialiseerd in online communicatie.



