TRACTUS ILIOTIBIALIS FRICTIE SYNDROOM (TIFS)
7 maart 2010 door Hardloopblessurevrij.nl
Categorie Gezondheid, Hardloopblessure's
Wat is een TIFS
TIFS wordt ook wel Runners Knee genoemd. Het ontstaat door een herhaalde beweging van de peesplaat (tractus iliotibialis) aan de buitenkant van het bovenbeen over een botpunt van de knie (laterale epicondyl). De pijn/irritatie treedt op wanneer de voet neer wordt gezet, waarbij de knie ongeveer 30 graden gebogen is. De pijn zit vaak aan de buitenzijde van de knie, welke soms uitstraalt naar het onderbeen. De pijn is meestal zeurend of brandend van karakter. Deze klacht komt veel voor bij hardlopers. Het begint vaak met een lichte irritatie tijdens het lopen en wordt erger bij toename van de loopintensiteit (frequentie, afstand en/of snelheid).

Figuur 1; Buitenzijde van het bovenbeen met de tractus iliotibialis, de m. Gluteus maximus, de m. Tensor fascia latae en het “frictiepunt”.
Anatomie
De tractus iliotibialis is een dikke peesplaat van bindweefsel. Deze peesplaat loopt vanaf de heup langs de buitenzijde van het bovenbeen richting de onderkant van de knie. De aanhechting van de peesplaat zit op de buitenkant van het scheenbeen. De tractus iliotibialis zorgt voor zijwaartse stabiliteit van de knie en overdracht van krachten die ontwikkeld worden door twee spieren; m. gluteus maximus en de m. tensor fascia latae. Zie figuur 1.
Etiologie (ontstaanswijze)
De Tractus Iliotibialis Frictie Syndroom wordt vaak veroorzaakt door een herhaalde beweging van de peesplaat over een botpunt aan de buitenzijde van de knie; het zogenaamde frictiepunt (zie figuur 1). Daardoor ontstaat irritatie/ontsteking van de peesplaat of net achter de peesplaat.
Predisponerende factoren
Uit wetenschappelijke artikelen is gebleken dat het tractus iliotibialis frictie syndroom veroorzaakt of in stand gehouden kan worden door:
Excentrieke factoren
- Veel heuvel af lopen; de knie wordt hierbij meer in buiging gehouden, waardoor de tractus iliotibialis meer intens contact houdt met de botknobbels.
- Te snel/intensief opgevoerd hardloopschema
- Slecht schoeisel
- Eenzijdige belasting; bv.: veel aan één zijde van de weg hardlopen.
Intrinsiek factoren
- Genu varum (O-benen);
- Te veel bewegelijkheid in de knie. Dit kan leiden tot meer ‘O’-stand van de knieën, waardoor deze meer naar binnen draaien en wat meer rek geeft op de tractus iliotibialis;
- Beenlengteverschil;
- Verkorte spieren (m. tensor fascia latae en m. gluteus maximus), die een toename van spanning geven op de tractus iliotibialis.
Prevalentie
Per jaar komen er ongeveer 3 op de 1000 mensen in aanraking met het Tractus Iliotibialis Frictie Syndroom. Dit maakt het tevens een van de meest voorkomende knieklachten.
Deze type klachten hebben sinds de jaren 80 een grote vlucht genomen. Dit komt voornamelijk door een toename in populariteit van duursporten als hardlopen en fietsen.
Diagnostiek
Om de aandoening, de oorzaak en de ernst vast te stellen zal er eerst een vraaggesprek worden afgenomen. Vervolgens zullen er een aantal testen worden gedaan om vast te stellen of er sprake is van een Tractus Iliotibialis Frictie Syndroom. Tevens wordt er gekeken naar de excentrieke en intrinsieke factoren die klachten in stand kunnen houden.
Daarnaast kan er een loopanalyse gemaakt worden om te kijken of de schoenen en/of loopstijl invloed kunnen hebben op (het houden van) de klachten. Echografie kan een ondersteunend middel zijn om de diagnose te bevestigen.
Behandeling
De therapie is afhankelijk van de oorsprong van de klachten. Vaak wordt er actieve oefentherapie gegeven om spieren sterker te maken en de lengte van de spieren te optimaliseren. Tevens zal er advies gegeven worden over de risicofactoren (excentrieke en intrinsieke factoren) die de klachten in stand houden.
Literatuur
• www.Hardloopblessurevrij.nl
• Kloppenburg S, Looptechniek en het iliotibiale bandsyndroom – case report, 2009
• Richard Ellis, Wayne Hing, Duncan Reid, Iliotibial band friction syndrome – a
systematic review 2006, New Zealand
• John Fairclough, Koji Hayashi, Hechmi Toumi, Kathleen Lyons, Graeme Bydder,
Nicola Phillips, Thomas M. Best, Mike Benjamin, The functional anatomy of the iliotibial band during flexion and extension of the knee: implications for understanding iliotibial band syndrome, J. Anat. (2006) 208, pp309–316.
Achillespees tendinopathie
9 december 2009 door Hardloopblessurevrij.nl
Categorie Gezondheid, Hardloopblessure's
Wat is een achillespees tendinopathie?
De achillespees is de grootste en sterkste pees van het lichaam. De grote krachten van de kuitspieren worden via deze dikke pees overgebracht naar de hiel. Het is daarom niet verwonderlijk dat deze pees problemen kan geven. Een achillespees tendinopathie is onder sporters een relatief veel voorkomende aandoening. Het is een degeneratieve aandoening van de achillespees. Of anders gezegd: de kwaliteit van het peesweefsel neemt af.

Figuur 1; Onderbeen met de 2 koppige musculus (m.) Gastrocnemius en de m. Soleus. Deze spieren vormen samen met de m. Plantaris de achillespees.
Anatomie
De achillespees ontspringt uit 3 kuitspieren en hecht aan op het tuber calcanei (de hak).
1. Musculus gastrocnemius, ook wel tweekoppige kuitspier genoemd, ontspringt net boven de knie, en werkt dus over twee gewrichten (buigen van de knie, naar het beneden buigen van de voet).
2. Musculus soleus, ontspringt net onder de knie van het kuitbeen en werkt alleen over het enkel gewricht (het naar beneden buigen van de voet)
3. Musculus plantaris, ontspringt net boven de knie, maar heeft door zijn kleine omvang weinig functie.
Het verschil tussen de gastrocnemius en de soleus zit in de oorsprong, doordat de gastrocnemius ook over de knie loopt wordt deze ‘uitgeschakeld’ als de knie gebogen wordt. Als de knie gebogen is levert de soleus de grootste kracht, is de knie gestrekt levert de gastrocnemius de grootste kracht.
Etiologie (ontstaanswijze)
De achillespees tendinopathie ontstaat vaak door overbelasting. Dit betekent dat de belasting te hoog is bij het sporten en/of bewegen. Er wordt bijvoorbeeld ongetraind op een te hoog niveau gestart.
In een vroeg stadium heeft men vaak alleen last bij belasting. In een later stadium geeft men aan ook last te hebben in rust.
Predisponerende factoren
Met name sporters die aan spring- en loopsporten doen, zoals atletiek, volleybal, tennis, voetbal, badminton en hardlopen hebben grotere kans op de aandoening. Dit komt door de grote belasting op de achillespees. Daarbij blijkt dat mannelijke hardlopers meer kans hebben op de aandoening dan vrouwen, bij mannen komt de aandoening ongeveer drie maal zo vaak voor.
Intrinsieke factoren
• Slechte doorbloeding; bijvoorbeeld bij veel en langdurig roken
• Mannelijk geslacht
• Verminderde spierkracht
• Overgewicht
• Voetafwijkingen
Extrinsieke factoren
• Verandering van trainingsintensiteit
• Slecht schoeisel
• Ondergrond
• Slechte looptechniek
Diagnostiek
De achillespees tendinopathie is een degeneratieve aandoening van de achillespees die zich persisteert in de vorm van een zwelling zo’n 1,5 - 7 cm boven de aanhechting van de hiel. Men heeft vooral last van ochtendstijfheid en startproblemen. Het is te onderscheiden van andere aandoeningen bij beweging. Hierbij beweegt de zwelling mee in de peesschede.
Daarbij zijn er verschillende beeldvormende methoden als een echografie en MRI waar afwijkingen van de pees op te zien zijn.
De ernst en mate van de beperkingen kan gemeten worden via de VISA-A vragenlijst, deze lijst is specifiek voor deze klacht ontwikkeld door het Victorian Institute of Sports Assessment (VISA).
Prognose en Behandeling
Tachtig procent van de patiënten herstelt tot het oorspronkelijk belastbare niveau. Vijftig tot zestig procent van de patiënten herstelt tot het oorspronkelijke sportniveau zonder operatief ingrijpen.
Belangrijk is om de behandeling zoveel mogelijk te richten op het aanpakken van de oorzaak. De behandeling kan zowel non-operatief als operatief zijn
Non-operatieve behandelingen bestaan, afhankelijk van de oorzaak, onder andere uit oefentherapie, medicatie, orthopedische hulpmiddelen en massage . Met name voor oefentherapie, waarbij de pees gerekt wordt bij het aanspannen van de spieren, is een groot bewijs dat het positief bijdraagt aan het herstel.
Behalve oefentherapie is het ook erg belangrijk om op de intrinsieke en de extrinsieke factoren te letten die bij de patiënt spelen. Door hier goed op in te spelen kunnen toekomstige blessures beter voorkomen worden.
Bronnen & Literatuur
• www.hardloopblessurevrij.nl
• Alfredson H, et al. Heavy-Load eccentric calf muscle training for the treatment of chronic Achilles tendinosis. Am J Sports Med. May-Jun; 26(3): 360-3666, 1998.
• Maffulli N., Kenward M.G., Testa V., et al. Eccentric calf muscle training in athletic patients with Achilles tendinopathy. Clinical Journal of Sports of Sport Medicine,13 (11-15), 2003.
• Paavola, M., Kannus P., Järvinen T.A.H., et al. Achilles Tendinopathy. J Bone Joint Surg Am. 2002;84:2062-2076.
Shin splints
8 december 2009 door Hardloopblessurevrij.nl
Categorie Gezondheid, Hardloopblessure's
Wat is Shin splints?
Shin splints, in de volksmond beter bekend als ‘scheenbeenvliesontsteking’ of ‘springschenen’ en is de term die ook wel gebruikt wordt voor het ‘Mediaal Tibiaal Stress Syndroom’ (MTSS).
Het is een ontsteking van de aanhechting van een kuitspier aan het scheenbeen. Dit zorgt voor een doffe of zeurende en vermoeide ¬pijn in het onderste 1/3 deel van het been, aan de voor/binnenzijde bij de schenen, zie figuur 1. MTSS kan ontstaan na, maar ook tijdens inspanning.

Figuur 1; locatie van het Mediaal Tibiaal Stress Syndroom (MTSS).
Lichaamssignalen
Bij MTSS zijn drie fasen te herkennen:
- In de eerste fase beginnen MTSS-klachten vaak met een licht gevoel van vermoeidheid of spierpijn in de kuit. Na enige rust gaan de klachten over het algemeen vanzelf weer over. De verleiding is dan natuurlijk groot om maar gewoon door te trainen.
- In de tweede fase geeft rust al weinig tot geen afname van de klachten meer. De pijnklachten zijn blijvend en worden erger in intensiteit. Er ontstaan vaak sterke druk pijnlijke plaatsen aan de binnenzijde op en naast het scheenbeen. Over het algemeen kun je aannemen dat de klachten het eerst aan de onderzijde van het onderbeen ontstaan, en dat zich dit, naarmate de klacht verergert, ook meer naar boven toe uitbreidt. Bovendien zijn er vaak kleine “korreltjes/rijstekorreltjes” op het bot voelbaar. Dit is een direct tastbaar gevolg van de irritatiereactie van het beenvlies.
- In fase drie kan zelfs het normale functioneren (staan, lopen) sterk zijn belemmerd. De pijn kan overheersende vormen aannemen, terwijl van een normale voet/been functie soms zelfs geen sprake meer is.
Incidentie / Prevalentie
Van alle hardloopblessures valt 12-18% onder de noemer MTSS. Verder komt MTSS voor bij sporters die veel springen. Hierbij kan gedacht worden aan dansers, basketballers, volleyballers en verspringers. Daarnaast is opvallend dat bij 4-10% van de militaire rekruten, die minimaal 8-10 weken training hebben gehad, signalen van MTSS te zien zijn.
Etiologie (ontstaanswijze) en predisponerende factoren
Oorzaken van MTSS kunnen zijn: platvoeten of onderbenen die buitenwaarts gedraaid staan en overbelasting door een verkeerde trainingsopbouw, slecht schoeisel (het teveel naar binnen laten kantelen van de voet of het te weinig absorberen van schokken), een verkeerde hardloopondergrond (weinig schokdemping) en een slechte hardlooptechniek.
Wanneer de voet teveel naar binnen is gekanteld, ontstaat er een platvoet. Hierdoor worden bepaalde spieren aan de voor/binnenzijde bij de schenen meer op rek gebracht. Deze rek kan uiteindelijk de pijn veroorzaken.
Er ontstaat overbelasting en vermoeidheid van deze spieren. Gevolg is dat de spieren schokken (tijdens hardlopen, springen) niet meer goed kunnen opvangen. De schokabsorptie zal meer plaatsvinden in het bovenste deel van het scheenbeen. Het bot en het scheenbeenvlies raken daardoor overbelast op deze plek.
Daarnaast trekken de spieren met forse kracht aan het scheenbeenvlies. Hierdoor ontstaan kleine scheurtjes in de aanhechting van de spier op het bot en in het scheenbeenvlies.
Diagnose
Voor de diagnose MTSS kun je terecht bij een (sport)fysiotherapeut. Deze zal een vraaggesprek afnemen en vervolgens kijken naar eventuele drukgevoeligheid, zwelling en spieromvang van het onderbeen. Tevens kan gebruik gemaakt worden van echografie om de diagnose te bevestigen. Indien nodig kan de diagnose ook gesteld worden aan de hand van een botscan. Tenslotte kan er een RX (foto met behulp van radiologie) gemaakt worden, ter uitsluiting van een eventuele stressfractuur.
Behandeling
Voor de behandeling van MTSS bestaan verschillende mogelijkheden:
• relatieve rust en onbelaste bewegingen: binnen de pijngrens belasten
• ontstekingsremmers, zoals ibuprofen en diclofenac
• ijs op de pijnplek na belasting
• massage van de kuitspieren, niet op de peesaanhechting
• oprekken van de diepe kuitspieren, bijvoorbeeld met behulp van een elastische dynaband
• stabiliteitsoefeningen
• betere schoenen met meer demping
• zooltjes die naar binnen kanteling van de voet tegengaan.
Belangrijk is om de behandeling zoveel mogelijk te richten op het aanpakken van de oorzaak. Vooralsnog blijken schokabsorberende en naar binnen kanteling-corrigerende zooltjes het meeste effect te hebben. Daarnaast zijn het aanpassen van de trainingsbelasting en het blijvend volhouden van een extra goede warming-up en cooling-down over het algemeen voldoende om MTSS te voorkomen.
Een onbehandelde MTSS kan in sommige gevallen uiteindelijk leiden tot een stressfractuur (vermoeidheidsbreuk / incomplete botbreuk) van het scheenbeen.
Bronnen & Literatuur
• www.hardloopblessurevrij.nl
• Bennett, J.E. et al, ‘Factors contributing to the development of medial tibial stress syndrome in high school runners’, In: Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy. 31(9), september 2001.
• Busseuil, C. et al, ‘Rearfoot-forefoot orientation and traumatic risk for runners’, In: Foot & Ankle International. 19(1), januari 1998.
• Craig D.I., ‘Medial tibial stress syndrome: evidence-based prevention’, In: Journal of Athletic Training. 43(3), 2008.
• Krivickas, L.S., ‘Anatomical factors associated with overuse sports injuries’, In: Sports Medicine. 24(2), augustus 1997.
• Mosterd, Prof. Dr. W.L. et al, Het sport-medisch formularium, een praktische leidraad; 3e editie, 2005.
• Neely, F.G., ‘Biomechanical risk factors for exercise-related lower limb injuries’, In: Sports Medicine. 26(6), december 1998.
• Thacker S.B., Gilchrist J., Stroup D.F., Kimsey C.D., ‘The prevention of shin splint in sports: a systematic review of literature.’ In: Medicine and science in sports and exercise. 34(1), januari 2002.
• Williams ΙΙΙ, D.S., McClay, I.S., Hamill, J., ‘Arch structure and injury patterns in runners’, In: Clinical Biomechanics. 16, 2001.
• Yates, B. en White, S., ‘The incidence and risk factors in the development of medial tibial stress syndrome among naval recruits’, In: The American Journal of Sports Medicine. 33(3), 2005.
Fascitis plantaris; hielspoor
7 december 2009 door Hardloopblessurevrij.nl
Categorie Gezondheid, Hardloopblessure's
Symptomen
De klassieke presentatie van fascitis plantaris is pijn aan de voetzool ter hoogte van de hiel. De pijn kan een kloppend, schroeiend of een scherp karakter hebben. De pijn treedt op aan het begin van de dag tijdens de eerste stappen of bij een intensieve en/of langdurige looptraining.
De pijn verminderd in de loop van de dag, maar komt weer terug wanneer de intensiteit of de duur van het hardlopen wordt vergroot. De pijn verergerd tevens door het lopen op de tenen, het lopen op blote voeten of bij traplopen. Ook kan er sprake zijn van uitstraling in de voet, enkel en/of onderbeen. Om de pijnlijke plek te ontlasten lopen de patiënten vaak over de buitenkant van de voet.
Anatomie
De fascia plantaris is een dikke peesplaat van bindweefsel; zie figuur 1. Deze peesplaat loopt van de hiel naar de tenen. Tijdens het lopen, maakt de hiel contact met de grond. Gelijk na dit contact wordt de fascia plantaris gerekt en vlakt de voetholte af. Dit geeft dat de voet zich kan aanpassen aan een onregelmatige ondergrond en schokken kan absorberen. Fascitis plantaris is een degeneratieve aandoening van deze peesplaat na overbelasting. Dit wil zeggen dat de pees in kwaliteit afneemt.

Figuur 1; Onderkant rechter voet, met de fascia plantaris.
Predisponerende Factoren
Sporters met een hoge belasting voor de hiel hebben een verhoogt risico met name hardlopers en springsporters.
Het risico op een fascitis plantaris word verhoogd door een te snelle opbouw in trainingsfrequentie en/of trainingsintensiteit- en of wedstrijd. Verder kan hardlopen op een te harde ondergrond en/of een trauma, zoals hard neer komen met de platte voet, de pijnklachten veroorzaken.
Tevens is er een duidelijk verband tussen het ontstaan van een fasciitis plantaris met overgewicht en het verkeerde afwikkelen van de voet. Ook anatomische standsafwijkingen van het onderbeen, enkel of voet en/of een beenlengteverschil kunnen aanleiding geven tot een fasciitis geven. Ten slotte geeft schoeisel met onvoldoende schokdemping of voetondersteuning een verhoogd risco op fascitis plantaris.
Prevalentie
Fascitis plantaris is een vaak voorkomende, degeneratieve ziekte en komt bij ongeveer 10% van de mensen voor. De kans op de aandoening neem met de leeftijd toe. De gemiddelde leeftijd van de mensen met een fascitis plantaris ligt tussen de 40 en 60 jaar. Na deze leeftijd neemt de belasting in beroep en activiteiten dusdanig af dat ook de aandoening minder te zien is.
Deze klachten komen iets vakker voor bij vrouwen dan mannen. Bij ongeveer 50% van de oudere mensen is de aandoening aantoonbaar (het vergroeien van de hiel), maar hoeft niet altijd klachten te geven.
Diagnostiek
Door middel van een vragengesprek (anamnese) kan men al belangrijke informatie over de klacht verkrijgen; zie symptomen. De pijn is vaak heel duidelijk aanwijsbaar en op een punt aanwezig. Door aan de binnenkant van de voetzool druk te geven is de klacht te provoceren.
Aanvullende diagnostiek zoals een röntgenfoto kan bevestiging geven, maar is geen vereiste. Een MRI of een echo hebben nauwelijks toegevoegde waarde en worden alleen ter uitsluiting van een andere pathologie gebruikt.
Behandeling
Allereerst zal de behandeling bestaan uit het verminderen van het aantal risicofactoren (zie boven genoemd). Vervolgens kan de sportfysiotherapeut kiezen voor het rekken van de fascia plantaris en de achillespees en het verbeteren van kracht van de voetspieren. Tevens kunnen op maat gemaakte zooltjes verbetering geven.
IJsmassage kan als aanvullende therapie goed worden toegepast. Het ijs werkt pijn verlichtend, ontstekingsremmend, laat de zwelling afnemen en is makkelijk om zelfstandig uit te voeren.
Bronnen & Literatuur
• www.hardloopblessurevrij.nl
• Buchbinder R. Plantar fasciitis. New England Journal of Medicine. 350(21): 2159-2166+2225, 2004.
• Cole C, Seto C, Gazewood J. Plantar fasciitis: evidence-based review of diagnosis and therapy. Am Fam.Physician. 72(11):2237-42, 2005.
• Riddle DL, Pulisic M, Pidcoe P, Johnson RE. Risk factors for plantar fasciitis: a matched case-control study. J Bone Joint Surg Am. 85:872-7, 2003.
• Roxas M. Plantar fasciitis: diagnosis and therapeutic considerations. Altern.Med Rev. 10(2):83-93, 2005.
Nieuw, glucosamine als massagemiddel (IcePower)
25 september 2009 door Redactie Hardlopen.com
Categorie Hardloopblessure's
IcePower Artro creme is IcePower met glycosaminesulfaat, chondroïtinesulfaat en MSM. De eerste twee bestanddelen beschermen het gewrichtskraakbeen tegen verdere slijtage en stimuleert het lichaam voor het opbouwen van gezond kraakbeen, gewrichtskapsels en pezen. Ook MSM is een lichaamseigen stof dat voorkomt in onze spieren, huid en beenderen. MSM bevordert de ontspanning van spieren en vermindert hierdoor pijnklachten.
Het produkt kan de hardloper met gewrichtsklachten prima ondersteunen.
Lees meer en/of bestel op www.icepower.nl !
Hardloopblessure wanneer en waar zoek je professionele hulp?
28 mei 2009 door Redactie Hardlopen.com
Categorie Hardloopblessure's
Hardlopen heeft in vergelijking met voetbal, basketbal en vele andere (team)sporten een relatief laag blessure risico. Toch raken vele beginnende en gevorderde hardlopers jaarlijks geblesseerd. Vaak worden overbelastingsblessures gezien aan o.a. achillespezen, scheenbenen, knieën en voeten. Acute blessures zoals een enkelverzwikking komen veel minder frequent voor dan blessures die ontstaan door overbelasting.
Door de eenzijdige en zeer vaak herhaalde beweging van het landen en afzetten kunnen o.a. door een te snelle uitbouw van het aantal kilometers, door slecht schoeisel en of (kleine) lichamelijke afwijkingen geleidelijk blessures gaan ontstaan. Wetende dat elke landing 2 tot 3 maal het lichaamsgewicht aan kracht op het hielbeen geeft, is voorzichtigheid geboden.
Onderstaande opsomming moeten in elk geval worden nageleefd om een overbelastingsblessure te voorkomen:
- Doe een goed warming-up en cooling down
- Zorg voor de juiste hardloopschoenen aan jouw voeten
- Bouw het hardlopen rustig uit
- Loop als je een beginner bent op een rustig tempo en onderbreek geregeld met wandelen
- Wissel geregeld van parkoers
- Zorg voor voldoende herstel door rustdagen in je schema in te bouwen
- Varieer in je trainingsvormen (wissel pittige trainingen af met rustige trainingen)
Wanneer moet je alert worden?
Ochtendstijfheid of een wat zeurderig gevoel in een lichaamsregio kan duiden op het gaan ontstaan van een mogelijke blessure. Zeker als de verschijnselen na een paar dagen niet minder worden. Als de verschijnselen na een warming-up of training afnemen maar juist na de training weer merkbaar zijn of soms erger lijken dan de dagen ervoor ben je eigenlijk al te laat. Er is een overbelastingblessure in de maak!
Tot slot zal het zo zijn dat de pijnklachten (veel) erger worden en zelfs (deels) in rust aanwezig blijven. De hardloopblessure is een feit, waardoor het hardlopen voor een (langere) periode gestaakt moeten worden.
Hoe erger te voorkomen?
Houdt je aan bovenstaande opsomming en zorg ervoor dat je een niet te hoog hardloopdoel nastreeft. Krijg je ochtendstijfheid en of een licht zeurende pijn (lijkt niet op spierpijn) verminder dan direct je hardloopactiviteiten door minder in omvang, frequent en/of minder intensief te gaan hardlopen. Neem daar zeker 1 tot 2 weken de tijd voor. Helpt dit niet om je klachten te verminderen neem dan een korte rustpauze van een aantal dagen of vervang het hardlopen door bijvoorbeeld fietsen.
Het doen van extra rekoefeningen, het soms toepassen van een coldpack en zelf massage kunnen vaak de klachten doen verminderen en verdwijnen.
Deskundigen
Helpt dit niet afdoende blijf dan niet zelf aanmodderen. Door op tijd contact op te nemen met een sportfysiotherapeut of fysiotherapeut met hardloopaffiniteit kun je veel ellende voorkomen. Deze deskundige kunnen je weer op de juiste weg helpen.
Ook een sportarts kun je bezoeken voor een sportblessureconsult (vaak zal er advies gegeven worden en indien nodig door worden verwezen naar de fysiotherapeut.)
Tijdelijk minder ver, frequent of intensief hardlopen is altijd beter dan geblesseerd aan de kant te moeten staan!
Het tractusiliotibialis-frictiesyndroom!
2 april 2009 door Redactie Hardlopen.com
Categorie Hardloopblessure's
Knieklacht
En vaak voorkomende klacht bij hardlopers is pijn aan de buitenzijde van de knie met uitstraling naar de buitenzijde van het bovenbeen en buitenzijde van de knieschijf. Er onstaat stekende pijn na een tijdje hardlopen waarbij de stekende pijn steeds erger wordt en zelfs tot gevolg heeft dat de hardloper echt moet stoppen met lopen. Vaak zijn er bij wandelen en fietsen geen klachten.
Oorzaak
De klachten worden vaak veroorzaakt door te intensieve (baan)training, waarbij korte en vaak intensieve (hoge snelheid) intervalvormen worden uitgevoerd. Maar ook een te snelle uitbreiding van het aantal kilometers in lange duurlopen kunnen een belangrijke factor zijn waardoor deze klacht kan ontstaan. Naast versleten schoeisel metname aan de buiten, achterzijde van de schoen kan tevens een rol spelen. Een andere vaak voorkomende oorzaak is gelegen in het lopen op eenzijdige parcoursen waarbij metname aan een (schuine) zijde van de weg wordt gelopen.
Diagnose
Uitleg van de diagnose: Tractusiliotibialis-frictiesyndroom geeft aan de hardloper meer duidelijkheid wat hij/zij nu eigenlijk heeft opgelopen. De tractus is een grote peesplaat aan de buitenzijde van je dijbeen. Deze plaat loopt eerst als spier (tensor) vanaf je bekken(ilium) overgaand als grote pees naar je scheenbeen. De pees bevindt zich aan de buitenzijde van je kniegewricht (afbeelding 1.) waar het over een klein “botheuveltje” loopt, om vervolgens aan te hechten aan het bovenste deel van de buitenzijde van het scheenbeen (Tibia=scheenbeen) Het woord frictie kan men lezen als wrijving. Er vindt dus een overmatige wrijving plaats van deze grote pees over het botheuveltje. De pees zelf kan geirriteerd raken maar ook een dun vliesje (afbeelding 2.) wat onder deze pees ligt, kan gaan ontsteken (bursitis).Tot slot kan ook de aanhechting van de pees aan het scheenbeen problemen gaan geven. De wrijving ontstaat doordat er bij elke looppas een beweging van deze pees plaatsvindt.
Dus als u 5 minuten over een kilometer (1000 meter) zou lopen, en een paslengte zou hebben van een meter, beweeg je deze pees per knie ongeveer 100 keer per minuut over het vliesje en het botheuveltje. U mag dus zelf uitrekenen wat dat betekent als men een lange duurloop uitvoerd met betrekking tot het aantal bewegingen rond besproken structuren. Bij overmatige spanning op de pees en te hoge trekkrachten (intervallen, schuin lopen, lange duurlopen en oa. een slechte stand van de voet door afwijking in het looppatroon of slecht schoeisel) kan beschreven klacht ontstaan.
Wat te doen
Om van deze klacht af te komen is het raadzaam om gedurende enige tijd te stoppen met hardlopen (1 tot 2 weken). Tevens is het raadzaam de regio waar tijdens hardlopen pijn wordt waargenomen 2-3 maal per dag met ijs te behandelen gedurende 10-14 dagen. Daarnaast zijn stretchoefeningen van de buitenzijde van het bovenbeen een belangrijk middel om de klachten te verminderen. Gedurende 3 weken zeer frequent te stretchen, kan er snel resultaat behaald worden (denk aan 5-6 x per dag 3 series van 15 - 20 sec. stretchen van de aangedane zijde)
Bovenstaande kan aangevuld worden met fysiotherapie (diepe massage boven de pijnlijke regio, dus niet op de pijnlijke plek zelf). Het meest belangrijke is het gedosseerd hervatten van de looptraining. Men moet dan denken bij een eerste training aan een aantal minuten, bijvoorbeeld: 5 minuten wandelen, stretchen, 5 x 1-2 minuten joggen afgewisseld met 2 minuten wandelen. En na afloop weer te stretchen. Door dit schema uit te breiden kan vaak na 3- 5 weken weer een heel rustig duurloopje van ongeveer 20-30 minuten gedaan worden. Voorzichtigheid blijft in de eerste 6-12 weken geboden.
Hardloopschoenen
Een inspectie van het hardloopschoeisel en het looppatroon kan belangrijk zijn. Soms is het aanschaffen van een ander hardloopschoenmerk en/of type noodzakelijk.


