Hoe langer hoe trager (2)
Ineke Slak. Zo noemde ik mijn alter ego tijdens fantaseerspelletjes in de achtertuin, toen ik 7 was en Second Life nog niet bestond. Ineke Slak was de heldin die wél stelten bezat en daar goed op kon weg komen, wél een dunne blauwe jurk met strookjes naar school aan mocht en wél een interessant gat in haar hoofd viel. Waarom koos ik voor die naam? Omdat ik eigenlijk zo zou moeten heten? Want dat mogen we wel constateren: Ineke Slak, dat ben ik ten voeten uit.
Een smadelijke 1.14 netto klokte ik bij de AD Loop van 13 september 2009. Nee, geen halve Marathon, zoals ik van plan was. Dan zou ik met die tijd een crack geweest zijn. Blessures, die mij sinds de zomervakantie plaagden en die moesten worden teruggevoerd naar mijn foute loopstijl, hadden mijn ren-activiteiten wekenlang nagenoeg stilgelegd. Alleen kaboutertraininkjes kon ik aan, met schemaatjes van 2 minuten wandelen, 1 minuut snel, weer 2 minuten wandelen. Dat soort werk. Met hangen en wurgen volbracht ik de 10 km van 13 september. Ik liep als een vogelverschrikker, een kreupele, oude heks. Al na een halfuur manifesteerden zich al mijn tekortkomingen, die maakten dat ik de afgelopen maanden mijn voet kapot schuurde en hardnekkige dijbeenspierblessures opliep. Altijd aan de rechterkant.
Hoe dat kwam? Ik was scheef en liep scheef. ‘Hink-stap-sprong!’ riep ooit een joligerd, die mij op de Westzeedijk zag passeren. Ik presenteerde hem de middelvinger, maar nu besef ik dat de man de spijker op zijn kop sloeg. Ik liep ongelijk, krom, verkrampt, mank, raakte met mijn rechtervoet nauwelijks de grond en compenseerde dit met een vreemdsoortige bokkensprong. Die bokkensprong had de loopcoach mij al afgeleerd, de Mensendieckjuf leerde mij de kromme, verkrampte houding af, maar dat scheve gangetje bleef een probleem. Ook nu. Met een ontvelde rechtervoet strompelde ik over de Maasboulevard, de Boompjes, de Schiedamsedijk. Strompelen? Welnee…Om de moed erin te houden, maakte ik mezelf wijs dat ik puik liep. Achter mij hoorde ik twee dames van ongeveer mijn leeftijd grappen maken over de bezemwagen. De bezemwagen? Hoezo? Waar dan? Dat was toch een legende, zoiets als het Monster van Loch Ness?
‘Gaat het wel?’ informeerde mijn echtgenoot bezorgd langs de kant. ‘Tuurlijk!’kefte ik ferm. Maar toen ik op de Coolsingel finishte lagen mijn voet, dijbeen, ego en moraal in puin. Kwam dit ooit nog goed? Vast wel, hield ik mij voor. Voor zulke extreem scheve mensen als ik bestonden immers steunzolen? Nou, voor mij niet, meende de popie verkoper van de orthopedische schoenenwinkel, die weinig animo vertoonde om zich in mijn problematiek te verdiepen. ‘Ga maar gewoon een andere loopstijl aanleren’, raadde hij, terwijl hij, een geeuw onderdrukkend, het computerprogramma afsloot, waarmee hij zojuist mijn loopproblemen in kaart had gebracht. Gedesillusioneerd verliet ik het pand met een setje verhogende binnenzooltjes van 20 euro. Beter dan niks, baat het niet, dan schaadt het niet. ‘Moet je eens kijken, wat gek, hè?’ Vlak voor de start van de Rabobank Loop in Alblasserdam op 3 oktober, toonde ik mijn echtgenoot en mijn loopvriendin de zool van mijn rechterschoen. Er zat een deuk in, het profiel was deels verdwenen, maar het allerergste was dat gapende gat. Al enkele maanden viel mij op dat ik tijdens het lopen straatvuil in mijn schoen kreeg, zonder mij verder af te vragen hoe dat kon. Het verbaasde niemand dat ik in deze kleine loop als laatste eindigde, ook al was mijn tijd beter dan bij de AD Loop. Eigenlijk was het nog een prestatie om op anderhalve schoen en alweer zo’n ontvelde rechtervoet binnen de tijd te finishen, hield men mij voor.
Toch kwelde mij het onderwerp ‘wedstrijd’ nog weken na deze race. Veiligheidsspelden, bouwvakkers-wc’s, pastaschotels, mueslirepen, bananen, druivensuikertjes…Ik kon ze niet meer zien. Alles wat aan wedstrijden herinnerde, sneed mij door de ziel. Maar ik moest verder. Op naar de renwinkel voor nieuwe schoenen. Mijn binnenschoenen werden buitenschoenen, met mijn nieuwe schoenen leefde ik mij uit op de loopband. Ik moest aanleren mijn rechtervoet óók helemaal op de grond te zetten. Dat viel niet mee. Veel gehups, veel dreunende landingen, nog meer snelheidsverlies. Maar gelukkig was daar de loopclinic bij het fitnesscentrum van mijn loopvriendin. Drie lessen, die mij de ogen openden. Want ik leerde mijn armen slap te houden, naar de horizon te kijken, maar vooral mijn knieën op te heffen om ferme passen te kunnen maken, waarmee je écht vooruit komt. En dat deed het ‘m. Maar liefst een minuut korter liep ik mijn trainingsrondje langs de Heemraadssingel. Dat kwam mooi uit bij mijn loop in Amsterdam, de 18e oktober. Nee, alweer niet de halve Marathon. Die kon ik gelukkig op tijd omzetten in de 7,5 loop. ‘Opheffen die kuierlatten’, hield ik mezelf gedurende het hele parcours voor. Zo dreef ik mij voort, onder gouden herfstbomen in een zonovergoten Vondelpark, vrolijk blaffende honden langs de kant. Ik genoot zowaar, helemaal toen ik in het Olympisch Stadion finishte. Net echt!
Mijn nettotijd was 49 minuten, mijn gemiddelde snelheid 9,066. Net ietsje harder dan bij de City Pier City, maar goed, dat is dan ook 10 km. Maar toch, al met al: ik was meer dan terug!


Jij bent ook wel een doorzetter zeg! Met ontvelde voeten finishen en dan nog doorgaan! Knap! Zo zie je maar dat een goede begeleiding ook wel wat heeft. Ik heb eens bij Start-to-run gelopen, een zesweekse looptraining. Daar heb ik ook wel veel van opgestoken hoor!
Jammer dat je zo slecht geholpen bent bij de orthopdische schoenenwinkel. Was dat niet toevallig Jongenengel op de Goudse singel? Daar ben ik ook slecht geholpen, ik kreeg totaal verkeerde wandelschoenen waardoor ik niets dan blaren liep. Nu heb ik hoge schoenen die mijn hielen beter ondersteunen en dus: geen blaren!
Ik zou zeggen heel veel succes bij je volgende loop en vooral doorgaan met schrijven.
Groetjes van je naamgenoot.
Ja, Jongenengel, dat is um! Een verschrikkelijke tent… Mijn echtgenoot kreeg daar hardloopschoenen aangemeten, die hem pijn in zijn voeten bezorgden, dus ik had gewaarschuwd moeten zijn. En alles gaat bureaucratisch op afspraak. Denk niet dat je zomaar binnen kan lopen voor een paar sokken. Ik ga zeker door met schrijven. Soms denk ik: ik moet helemaal niet sneller worden. Dit levert veel mooiere verhalen op!
Groet,
Je Naamgenoot
vetchill boy
fakka gangstahmattie man met je egoooo